BWBR0035248
Geldig vanaf 2024-03-06
Artikel 3.5
Regeling houders van dieren
1. Een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan als bedoeld in artikel 1.28, eerste lid, van het besluit, worden opgesteld wanneer een houder van dieren:
a. 250 of meer hoenderachtigen, eenden of ganzen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren;
b. 5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees;
c. 5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees;
d. 5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees;
e. 250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees;
f. 25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees.
2. Een houder van dieren als bedoeld in het eerste lid, laat per diersoort één bedrijfsgezondheidsplan en één bedrijfsbehandelplan opstellen.
3. In afwijking van het eerste lid laat een houder van eenden, ganzen of andere hoenderachtigen dan kippen of kalkoenen enkel een bedrijfsgezondheidsplan opstellen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
a. 250 of meer hoenderachtigen, eenden of ganzen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren;
b. 5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees;
c. 5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees;
d. 5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees;
e. 250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees;
f. 25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees.
2. Een houder van dieren als bedoeld in het eerste lid, laat per diersoort één bedrijfsgezondheidsplan en één bedrijfsbehandelplan opstellen.
3. In afwijking van het eerste lid laat een houder van eenden, ganzen of andere hoenderachtigen dan kippen of kalkoenen enkel een bedrijfsgezondheidsplan opstellen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.