BWBR0035248
Geldig vanaf 2024-03-06
Artikel 5b.20
Regeling houders van dieren
1. In afwijking van artikel 13, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/520, bedraagt de termijn, bedoeld in dat artikellid, negen maanden, indien:
a. voldaan is aan de eisen van artikel 13, derde lid, onderdelen a tot en met c, van verordening (EU) nr. 2021/520;
b. de dieren zijn geboren in een door de minister aangewezen natuurterrein;
c. de minister van de geboorte van elk kalf in kennis wordt gesteld binnen de termijn, bedoeld in artikel 5b.49, eerste lid.
2. Wanneer bij kalveren onder toepassing van het eerste lid zes maanden of later na hun geboorte identificatiemiddelen worden aangebracht, wordt bij het aanbrengen van de identificatiemiddelen de identiteit van het moederdier op grond van een DNA-test geverifieerd.
a. voldaan is aan de eisen van artikel 13, derde lid, onderdelen a tot en met c, van verordening (EU) nr. 2021/520;
b. de dieren zijn geboren in een door de minister aangewezen natuurterrein;
c. de minister van de geboorte van elk kalf in kennis wordt gesteld binnen de termijn, bedoeld in artikel 5b.49, eerste lid.
2. Wanneer bij kalveren onder toepassing van het eerste lid zes maanden of later na hun geboorte identificatiemiddelen worden aangebracht, wordt bij het aanbrengen van de identificatiemiddelen de identiteit van het moederdier op grond van een DNA-test geverifieerd.