BWBR0034313
Geldig vanaf 2018-07-03
Artikel 3:5
Regeling marktordening vlees
1. Het is een be- of verwerker niet toegestaan voor de weging iets van het slachtvarken te verwijderen.
2. In afwijking van het eerste lid worden wel voor de weging verwijderd:
a. de borstels;
b. het bezoedeld weefsel, inclusief het bloedvlees rond de steekplaats, bestaande uit het steekgat en het steekkanaal, waarbij een norm geldt van maximaal 200 gram per slachtvarken en maximaal 300 gram per zwaar slachtvarken;
c. de tonsillen;
d. de klauwen;
e. de endeldarm en het aarseinde;
f. de geslachtsorganen;
g. de tong met hartslag;
h. de hersenen;
i. het ruggenmerg;
j. het hartzakje;
k. de inhoud van de borst- en de buikholte, daaronder niet begrepen de haasjes;
l. de reuzels;
m. de nieren;
n. het middenrif, en
o. de longhaas.
3. De be- of verwerker stelt de minister in staat het gewicht vast te stellen van een op grond van Verordening 2017/625afgekeurd deel van het geslachte varken, indien dit deel voor de weging is afgekeurd en verwijderd en niet is opgenomen in de berekening van het gewicht op grond van het eerste of het vierde lid. De be- of verwerker telt het door de minister vastgestelde gewicht op bij het gewicht van het geslachte varken.
4. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van Verordening (EU) 2019/627 meer moet worden afgesneden of verwijderd dan op grond van het eerste en het vierde lid is toegestaan, is een be- of verwerker gehouden het geschatte gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
5. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker bij geslachte zware slachtvarkens de uier of het scrotum vóór het tijdstip van weging verwijderen.
6. In afwijking van het eerste lid, kan een be- of verwerker oormerken vóór het tijdstip van weging verwijderen, indien zo min mogelijk van het oor wordt weggesneden, en het gewicht van het betreffende slachtvarken uiterlijk op het tijdstip van weging wordt vermeerderd met 50 gram per verwijderd oormerk.
2. In afwijking van het eerste lid worden wel voor de weging verwijderd:
a. de borstels;
b. het bezoedeld weefsel, inclusief het bloedvlees rond de steekplaats, bestaande uit het steekgat en het steekkanaal, waarbij een norm geldt van maximaal 200 gram per slachtvarken en maximaal 300 gram per zwaar slachtvarken;
c. de tonsillen;
d. de klauwen;
e. de endeldarm en het aarseinde;
f. de geslachtsorganen;
g. de tong met hartslag;
h. de hersenen;
i. het ruggenmerg;
j. het hartzakje;
k. de inhoud van de borst- en de buikholte, daaronder niet begrepen de haasjes;
l. de reuzels;
m. de nieren;
n. het middenrif, en
o. de longhaas.
3. De be- of verwerker stelt de minister in staat het gewicht vast te stellen van een op grond van Verordening 2017/625afgekeurd deel van het geslachte varken, indien dit deel voor de weging is afgekeurd en verwijderd en niet is opgenomen in de berekening van het gewicht op grond van het eerste of het vierde lid. De be- of verwerker telt het door de minister vastgestelde gewicht op bij het gewicht van het geslachte varken.
4. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van Verordening (EU) 2019/627 meer moet worden afgesneden of verwijderd dan op grond van het eerste en het vierde lid is toegestaan, is een be- of verwerker gehouden het geschatte gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
5. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker bij geslachte zware slachtvarkens de uier of het scrotum vóór het tijdstip van weging verwijderen.
6. In afwijking van het eerste lid, kan een be- of verwerker oormerken vóór het tijdstip van weging verwijderen, indien zo min mogelijk van het oor wordt weggesneden, en het gewicht van het betreffende slachtvarken uiterlijk op het tijdstip van weging wordt vermeerderd met 50 gram per verwijderd oormerk.