BWBR0034313
Geldig vanaf 2018-07-03
Artikel 2:7
Regeling marktordening vlees
1. Een be- of verwerker verwijdert voor de weging van een geslacht rund:
a. de onderpoten – afgescheiden tussen het pijpbeen en het tarsaal – en het carpaal gewricht;
b. de kop met tong afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel;
c. de huid;
d. de organen van de borst- en buikholte met inbegrip van het zoomvet;
e. het hartzakje;
f. het ruggenmerg;
g. de geslachtsorganen van een mannelijk slachtrund;
h. de uier;
i. de halsslagaderen;
j. de zwezerik;
k. het niervet;
l. de nieren;
m. het slotvet;
n. het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant;
o. het vet rond de aarsopening;
p. het vet van de schaamnaad;
q. het zak- of uiervet;
r. het aangewassen vet aan de ribwand;
s. het vet rond de halsslagaders;
t. de staart, en
u. de longhaas.
2. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker die runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het slotvet niet en het vangvet wel voor de weging verwijderd wordt.
3. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker, die runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21waarbij het karkas niet in twee symmetrische stukken wordt gedeeld, als bedoeld in punt I, onder A, Bijlage IV, van Verordening 1308/2013, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het ruggenmerg, de staart en de longhaas niet voor de weging verwijderd worden.
4. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker, die runderen slacht in categorie Z, als bedoeld in artikel 2:21, waarbij het karkas niet in twee symmetrische stukken wordt gedeeld, als bedoeld in Bijlage IV, onderdeel A, punt I, onder 2, van Verordening 1308/2013, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het ruggenmerg, het slotvet, de staart en de longhaas niet en het vangvet wel voor de weging verwijderd worden.
5. Een be- of verwerker die gebruik maakt van een van de afwijkingen als bedoeld in het tweede, derde en vierde lid meldt aan de minister op welke wijze runderen in categorie Z geslacht worden.
6. In geval een be- of verwerker incidenteel overgaat op een andere toegestane wijze om runderen in de categorie Z te slachten, dan meldt hij dat minimaal 24 uur van tevoren aan de minister.
a. de onderpoten – afgescheiden tussen het pijpbeen en het tarsaal – en het carpaal gewricht;
b. de kop met tong afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel;
c. de huid;
d. de organen van de borst- en buikholte met inbegrip van het zoomvet;
e. het hartzakje;
f. het ruggenmerg;
g. de geslachtsorganen van een mannelijk slachtrund;
h. de uier;
i. de halsslagaderen;
j. de zwezerik;
k. het niervet;
l. de nieren;
m. het slotvet;
n. het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant;
o. het vet rond de aarsopening;
p. het vet van de schaamnaad;
q. het zak- of uiervet;
r. het aangewassen vet aan de ribwand;
s. het vet rond de halsslagaders;
t. de staart, en
u. de longhaas.
2. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker die runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het slotvet niet en het vangvet wel voor de weging verwijderd wordt.
3. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker, die runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21waarbij het karkas niet in twee symmetrische stukken wordt gedeeld, als bedoeld in punt I, onder A, Bijlage IV, van Verordening 1308/2013, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het ruggenmerg, de staart en de longhaas niet voor de weging verwijderd worden.
4. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker, die runderen slacht in categorie Z, als bedoeld in artikel 2:21, waarbij het karkas niet in twee symmetrische stukken wordt gedeeld, als bedoeld in Bijlage IV, onderdeel A, punt I, onder 2, van Verordening 1308/2013, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het ruggenmerg, het slotvet, de staart en de longhaas niet en het vangvet wel voor de weging verwijderd worden.
5. Een be- of verwerker die gebruik maakt van een van de afwijkingen als bedoeld in het tweede, derde en vierde lid meldt aan de minister op welke wijze runderen in categorie Z geslacht worden.
6. In geval een be- of verwerker incidenteel overgaat op een andere toegestane wijze om runderen in de categorie Z te slachten, dan meldt hij dat minimaal 24 uur van tevoren aan de minister.