BWBR0034313
Geldig vanaf 2018-07-03
Artikel 2:11
Regeling marktordening vlees
1. Een be- of verwerker heeft ten behoeve van een controle van het weegwerktuig een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten voorhanden van ten minste 10 kilogram tot maximaal 25 kilogram bij het weegwerktuig tot een totaalgewicht van ten minste 400 kilogram.
2. Indien de twee karkashelften van hetzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen houdt een be- of verwerker een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten voorhanden van ten minste 10 kilogram tot maximaal 25 kilogram bij het weegwerktuig tot een totaalgewicht van ten minste 200 kilogram.
3. In afwijking van het eerste lid heeft een be- of verwerker die uitsluitend runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21, toetsgewichten voorhanden van ten minste 10 kilogram tot maximaal 25 kilogram met een totaalgewicht van ten minste 250 kilogram.
2. Indien de twee karkashelften van hetzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen houdt een be- of verwerker een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten voorhanden van ten minste 10 kilogram tot maximaal 25 kilogram bij het weegwerktuig tot een totaalgewicht van ten minste 200 kilogram.
3. In afwijking van het eerste lid heeft een be- of verwerker die uitsluitend runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21, toetsgewichten voorhanden van ten minste 10 kilogram tot maximaal 25 kilogram met een totaalgewicht van ten minste 250 kilogram.