BWBR0034266
Geldig vanaf 2013-12-03
Artikel 8
Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen
1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, tweede volzin, van de wet, dient de verpleegkundige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, dan wel artikel 6, eerste lid, onderdeel a, het getuigschrift of een gewaarmerkte kopie, die is gewaarmerkt door de instelling die het getuigschrift heeft afgegeven of door een notaris, te overleggen waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de voorgeschreven scholing heeft afgerond.
2. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, tweede volzin, van de wet, dient de verpleegkundige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c, of in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, c of d, dan wel in artikel 6, eerste lid, onderdeel bhet getuigschrift of een kopie, die is gewaarmerkt door de instelling die het getuigschrift heeft afgegeven of door een notaris, te overleggen waaruit blijkt dat is voldaan aan het eerste lid, onderdeel b of c van artikel 2, ofwel aan het eerste lid, onderdeel b, c, of d van artikel 4, dan wel aan het eerste lid, onderdeel b, van artikel 6.
2. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, tweede volzin, van de wet, dient de verpleegkundige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c, of in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, c of d, dan wel in artikel 6, eerste lid, onderdeel bhet getuigschrift of een kopie, die is gewaarmerkt door de instelling die het getuigschrift heeft afgegeven of door een notaris, te overleggen waaruit blijkt dat is voldaan aan het eerste lid, onderdeel b of c van artikel 2, ofwel aan het eerste lid, onderdeel b, c, of d van artikel 4, dan wel aan het eerste lid, onderdeel b, van artikel 6.