BWBR0034266
Geldig vanaf 2013-12-03
Artikel 10
Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen
1. Tevens bevoegd tot het voorschrijven van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lidis de verpleegkundige:
a. die in het bezit is van een door de Minister afgegeven verklaring van vakbekwaamheid: – waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en,
– waarin de Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid, of
– waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en,
– waarin de Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid, of
b. die in het bezit is van een door de Minister afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties: – waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt en,
– waarin de Minister verklaart dat het beroepskwalificatieniveau van betrokkene voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid.
– waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt en,
– waarin de Minister verklaart dat het beroepskwalificatieniveau van betrokkene voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid.
2. Alvorens een verklaring af te geven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wint de Minister advies in van de commissie.
3. De commissie onderzoekt en laat de Minister weten of naar haar oordeel voldaan is aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b.
4. De artikelen 5en 6, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheidzijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen van een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. De leden-deskundigen die deel uitmaken van de commissie, zijn deskundig ter zake van de opleiding of van het beroep van verpleegkundige.
5. Bij een aanvraag van een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient de verpleegkundige bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat die verpleegkundige een opleiding die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen heeft gevolgd en deze met goed gevolg heeft afgesloten, en waaruit blijkt dat die verpleegkundige beschikt over die vakbekwaamheid dan wel dat beroepskwalicatieniveau.
a. die in het bezit is van een door de Minister afgegeven verklaring van vakbekwaamheid: – waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en,
– waarin de Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid, of
– waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en,
– waarin de Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid, of
b. die in het bezit is van een door de Minister afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties: – waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt en,
– waarin de Minister verklaart dat het beroepskwalificatieniveau van betrokkene voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid.
– waaruit blijkt dat die verpleegkundige een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt en,
– waarin de Minister verklaart dat het beroepskwalificatieniveau van betrokkene voor de toepassing van deze regeling geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit artikel 2, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 6, eerste lid kan worden afgeleid.
2. Alvorens een verklaring af te geven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wint de Minister advies in van de commissie.
3. De commissie onderzoekt en laat de Minister weten of naar haar oordeel voldaan is aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b.
4. De artikelen 5en 6, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheidzijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen van een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. De leden-deskundigen die deel uitmaken van de commissie, zijn deskundig ter zake van de opleiding of van het beroep van verpleegkundige.
5. Bij een aanvraag van een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient de verpleegkundige bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat die verpleegkundige een opleiding die is gericht op het voorschrijven van geneesmiddelen heeft gevolgd en deze met goed gevolg heeft afgesloten, en waaruit blijkt dat die verpleegkundige beschikt over die vakbekwaamheid dan wel dat beroepskwalicatieniveau.