BWBR0034266
Geldig vanaf 2013-12-03
Artikel 5
Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen
De bevoegdheid tot het voorschrijven van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, geldt slechts;
a. ten aanzien van antidiarrhoica, anti-emetica, benzodiazepinen, laxantia, middelen van pijnbestrijding en secretieremmers;
b. voor zover een arts de diagnose kanker met betrekking tot de patiënt heeft gesteld; en
c. voor zover de op grond van artikel 4, eerste lid, aangewezen verpleegkundige bij het voorschrijven de binnen de relevante beroepsgroepen geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen volgt.
a. ten aanzien van antidiarrhoica, anti-emetica, benzodiazepinen, laxantia, middelen van pijnbestrijding en secretieremmers;
b. voor zover een arts de diagnose kanker met betrekking tot de patiënt heeft gesteld; en
c. voor zover de op grond van artikel 4, eerste lid, aangewezen verpleegkundige bij het voorschrijven de binnen de relevante beroepsgroepen geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen volgt.