BWBR0033989
Geldig vanaf 2013-10-08
Artikel 26
Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming
1. Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk de zevende dag voor de stemming op welk moment het gemeentelijk stembureau in het openbaar de stemopneming verricht, met dien verstande dat de stemopneming uiterlijk de dag na de stemming aanvangt.
2. In afwijking van het eerste lid vangt de stemopneming bij de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur van een waterschap uiterlijk de tweede dag na de stemming aan.
2. In afwijking van het eerste lid vangt de stemopneming bij de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur van een waterschap uiterlijk de tweede dag na de stemming aan.