BWBR0033989
Geldig vanaf 2013-10-08
Artikel 20
Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming
1. Burgemeester en wethouders stellen een gemeentelijk stembureau in.
2. Het gemeentelijk stembureau bestaat uit een door burgemeester en wethouders vast te stellen aantal leden, van wie er één voorzitter en ten minste één plaatsvervangend voorzitter is, met dien verstande dat het aantal leden ten minste zo veel is dat voor elke locatie van de stemopneming ten minste vijf leden beschikbaar zijn, waaronder de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
3. Indien bij het nemen van een beslissing door het gemeentelijk stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
4. Artikel E 4, eerste, tweede en vierde lid, van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing op leden en plaatsvervangende leden van het gemeentelijk stembureau.
5. In afwijking van artikel E 4, tweede lid, van de Kieswetkan als lid van een stembureau tevens niet worden benoemd degene die als lid van het gemeentelijk stembureau voor de desbetreffende verkiezing is benoemd.
6. Het lidmaatschap van het gemeentelijk stembureau eindigt van rechtswege nadat over de toelating van de gekozenen is beslist.
7. Burgemeester en wethouders wijzen voor het gemeentelijk stembureau één of meer geschikte locaties aan voor de stemopneming en voor de zitting tot vaststelling van de uitslag voor de gemeente.
2. Het gemeentelijk stembureau bestaat uit een door burgemeester en wethouders vast te stellen aantal leden, van wie er één voorzitter en ten minste één plaatsvervangend voorzitter is, met dien verstande dat het aantal leden ten minste zo veel is dat voor elke locatie van de stemopneming ten minste vijf leden beschikbaar zijn, waaronder de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
3. Indien bij het nemen van een beslissing door het gemeentelijk stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
4. Artikel E 4, eerste, tweede en vierde lid, van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing op leden en plaatsvervangende leden van het gemeentelijk stembureau.
5. In afwijking van artikel E 4, tweede lid, van de Kieswetkan als lid van een stembureau tevens niet worden benoemd degene die als lid van het gemeentelijk stembureau voor de desbetreffende verkiezing is benoemd.
6. Het lidmaatschap van het gemeentelijk stembureau eindigt van rechtswege nadat over de toelating van de gekozenen is beslist.
7. Burgemeester en wethouders wijzen voor het gemeentelijk stembureau één of meer geschikte locaties aan voor de stemopneming en voor de zitting tot vaststelling van de uitslag voor de gemeente.