BWBR0031387
Geldig vanaf 2015-08-08
Artikel 6
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
1. Het regionaal programma dat in een RMC-regio wordt uitgevoerd met als doel het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, bevat maatregelen die, blijkens een regionale analyse door de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op structurele borging van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het onderwijsproces van de onderwijsinstellingen en het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio.
2. Van het regionaal programma maakt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in ieder geval deel uit een maatregel gericht op het voorkomen van uitval van deelnemers die één van de beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet, volgen. Deze verplichting geldt niet voor het kalenderjaar 2016.
3. Het regionaal programma, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste één plusvoorziening, bedoeld in artikel 19, onderdeel a.
4. Het bedrag per maatregel van het regionaal programma dient in redelijke verhouding te staan tot het aantal deelnemers en de doelgroep waarvoor de maatregel is bedoeld.
5. Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het regionaal programma op het formulier in bijlage Avan deze regeling, als bedoeld in artikel 10.
6. Indien de contactgemeenten van de RMC-regio’s Utrecht, Agglomeratie Amsterdam, Haaglanden/Westland en Rijnmond een bijdrage ontvangen op grond van de Decentralisatie-uitkering VSV, kan het regionaal programma van deze RMC-regio’s tevens de afspraken over de maatregelen die met deze decentralisatie-uitkering worden verzorgd, omvatten.
7. Voor het kalenderjaar 2016 kan het regionaal programma voortijdig schoolverlaten bijzondere maatregelen bevatten ten aanzien van de aansluiting van leerlingen in het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs op het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.
2. Van het regionaal programma maakt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in ieder geval deel uit een maatregel gericht op het voorkomen van uitval van deelnemers die één van de beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet, volgen. Deze verplichting geldt niet voor het kalenderjaar 2016.
3. Het regionaal programma, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste één plusvoorziening, bedoeld in artikel 19, onderdeel a.
4. Het bedrag per maatregel van het regionaal programma dient in redelijke verhouding te staan tot het aantal deelnemers en de doelgroep waarvoor de maatregel is bedoeld.
5. Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het regionaal programma op het formulier in bijlage Avan deze regeling, als bedoeld in artikel 10.
6. Indien de contactgemeenten van de RMC-regio’s Utrecht, Agglomeratie Amsterdam, Haaglanden/Westland en Rijnmond een bijdrage ontvangen op grond van de Decentralisatie-uitkering VSV, kan het regionaal programma van deze RMC-regio’s tevens de afspraken over de maatregelen die met deze decentralisatie-uitkering worden verzorgd, omvatten.
7. Voor het kalenderjaar 2016 kan het regionaal programma voortijdig schoolverlaten bijzondere maatregelen bevatten ten aanzien van de aansluiting van leerlingen in het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs op het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.