BWBR0031387
Geldig vanaf 2015-08-08
Artikel 23b
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
1. De minister kan aan ten hoogste vijf onderwijsinstellingen een subsidie verstrekken ter uitvoering van experimenteel onderzoek in het kader van het voortijdig schoolverlatersbeleid.
2. Voorwaarden voor subsidieverstrekking op grond van het eerste lid zijn in ieder geval:
a. het experiment betreft een maatregel op het gebied van één van de volgende thema’s: intake, verzuimbeleid, loopbaanoriëntatie en -begeleiding, geïntegreerde overgang vmbo-mbo of plusvoorziening;
b. het experiment betreft een nieuw in te richten variant op één van de thema’s, bedoeld in onderdeel a, die niet eerder is uitgevoerd op de betrokken onderwijsinstelling(en) of in de betrokken RMC-regio;
c. het experiment omvat een experimentele groep en een controlegroep waarbij de toedeling van deelnemers plaatsvindt door middel van loting;
d. de experimentele groep en de controlegroep dienen van voldoende omvang te zijn om statistisch significante effecten te kunnen waarnemen;
e. de variant, bedoeld in onderdeel b, wordt zodanig ingericht dat de uitkomsten overdraagbaar zijn aan andere onderwijsinstellingen;
f. de inrichting en uitvoering van het experiment wordt begeleid door het Centraal Planbureau.
2. Voorwaarden voor subsidieverstrekking op grond van het eerste lid zijn in ieder geval:
a. het experiment betreft een maatregel op het gebied van één van de volgende thema’s: intake, verzuimbeleid, loopbaanoriëntatie en -begeleiding, geïntegreerde overgang vmbo-mbo of plusvoorziening;
b. het experiment betreft een nieuw in te richten variant op één van de thema’s, bedoeld in onderdeel a, die niet eerder is uitgevoerd op de betrokken onderwijsinstelling(en) of in de betrokken RMC-regio;
c. het experiment omvat een experimentele groep en een controlegroep waarbij de toedeling van deelnemers plaatsvindt door middel van loting;
d. de experimentele groep en de controlegroep dienen van voldoende omvang te zijn om statistisch significante effecten te kunnen waarnemen;
e. de variant, bedoeld in onderdeel b, wordt zodanig ingericht dat de uitkomsten overdraagbaar zijn aan andere onderwijsinstellingen;
f. de inrichting en uitvoering van het experiment wordt begeleid door het Centraal Planbureau.