BWBR0031387
Geldig vanaf 2015-08-08
Artikel 31
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
1. De hoogte van het variabel bedrag voor een school wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in de bovenbouw van het vmbo voor die school ten opzichte van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vmbo tot 22 jaar van die school.
2. Het aantal leerlingen tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in artikel 28, derde lid.
3. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma.
4. Indien het percentage, bedoeld in het derde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm zoals genoemd in tabel 4, dan komt de school in aanmerking voor het variabel bedrag.
5. De hoogte van het variabel bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vmbo tot 22 jaar, genoemd in tabel 6.
[tabel]
2. Het aantal leerlingen tot 22 jaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op grond van de peilmomenten, bedoeld in artikel 28, derde lid.
3. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma.
4. Indien het percentage, bedoeld in het derde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm zoals genoemd in tabel 4, dan komt de school in aanmerking voor het variabel bedrag.
5. De hoogte van het variabel bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vmbo tot 22 jaar, genoemd in tabel 6.
[tabel]