BWBR0031387
Geldig vanaf 2015-08-08
Artikel 25
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
1. De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 ambtshalve aanvullende middelen aan het bevoegd gezag van een school dat voor die school ten minste één convenant heeft ondertekend.
2. De aanvullende middelen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, worden telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar.
3. De aanvullende middelen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, worden telkens voor één jaar verstrekt in de maand november volgend op het desbetreffende kalenderjaar.
4. De minister verstrekt voor het kalenderjaar 2016 ambtshalve aanvullende middelen aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in aanmerking is gekomen voor aanvullende middelen op grond van het eerste lid.
2. De aanvullende middelen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, worden telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar.
3. De aanvullende middelen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, worden telkens voor één jaar verstrekt in de maand november volgend op het desbetreffende kalenderjaar.
4. De minister verstrekt voor het kalenderjaar 2016 ambtshalve aanvullende middelen aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in aanmerking is gekomen voor aanvullende middelen op grond van het eerste lid.