BWBR0031141
Geldig vanaf 25-12-2011
Artikel 5
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2011
1. a. De be- of verwerker is gehouden om voorafgaand aan de weging van het geslachte rund te verwijderen, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk het carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje en de inhoud van de borst- en buikholte.
b. Onder de in het vorige onderdeel genoemde delen worden niet begrepen de lever, de nieren, het niervet, het longhaasje, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de rugwervels.
c. De be- of verwerker is gehouden ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van in onderdeel a. bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt. Hiervan is uitgezonderd het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
d. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a., b. en c. is toegestaan, is de be- of verwerker gehouden het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
e. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld in onderdeel d., levers of nieren worden afgekeurd dan wel levers of nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het in artikel 8, eerste lid, bedoelde weegdocument afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur vastgestelde correctiefactoren.
f. Indien door de controleorganisatie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a., b. en c., is toegestaan, is de be- of verwerker gehouden op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde in onderdeel g. voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan ook voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd in onderdeel e., bij besluit correctiefactoren vaststellen.
2. Indien de slacht niet meer plaats kan vinden op de dag van aanvoer, dan dient deze bij voorrang uiterlijk de eerstvolgende werkdag plaats te vinden.
3. Indien de slacht zal plaatsvinden op de eerstvolgende werkdag als bedoeld in het vorige lid, is de be- of verwerker gehouden de slachtrunderen op verantwoorde wijze te voederen en te drenken.
4. De be- of verwerker is gehouden de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen.
5. De be- of verwerker is gehouden de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van . lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.
b. Onder de in het vorige onderdeel genoemde delen worden niet begrepen de lever, de nieren, het niervet, het longhaasje, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de rugwervels.
c. De be- of verwerker is gehouden ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van in onderdeel a. bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt. Hiervan is uitgezonderd het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
d. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a., b. en c. is toegestaan, is de be- of verwerker gehouden het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
e. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld in onderdeel d., levers of nieren worden afgekeurd dan wel levers of nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het in artikel 8, eerste lid, bedoelde weegdocument afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur vastgestelde correctiefactoren.
f. Indien door de controleorganisatie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a., b. en c., is toegestaan, is de be- of verwerker gehouden op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde in onderdeel g. voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan ook voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd in onderdeel e., bij besluit correctiefactoren vaststellen.
2. Indien de slacht niet meer plaats kan vinden op de dag van aanvoer, dan dient deze bij voorrang uiterlijk de eerstvolgende werkdag plaats te vinden.
3. Indien de slacht zal plaatsvinden op de eerstvolgende werkdag als bedoeld in het vorige lid, is de be- of verwerker gehouden de slachtrunderen op verantwoorde wijze te voederen en te drenken.
4. De be- of verwerker is gehouden de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen.
5. De be- of verwerker is gehouden de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van . lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031141
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl