BWBR0030665
Geldig vanaf 2012-12-12
Artikel 8
Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012
1. De minister bepaalt de hoogte van de vergoeding van een categorie 2-instelling.
2. Een instelling overlegt aan de minister alle documenten die noodzakelijk zijn voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding.
3. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding spelen de volgende factoren een rol:
a. alleen de werkelijk gemaakte kosten komen voor vergoeding in aanmerking;
b. de kosten die de instelling redelijkerwijs zelf kan dragen komen voor rekening van de instelling; en
c. alleen kosten komen in aanmerking voor vergoeding die verband houden met de beëindiging van activiteiten waarvoor de minister in de jaren 2009 tot en met 2012 subsidie verstrekte, met dien verstande dat ingeval voor de desbetreffende activiteiten tevens een ander bestuursorgaan subsidie verstrekte en dat bestuursorgaan ook geen of minder subsidie meer verstrekt voor die activiteiten, de minister naar rato van zijn aandeel subsidie de kosten vergoedt.
2. Een instelling overlegt aan de minister alle documenten die noodzakelijk zijn voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding.
3. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding spelen de volgende factoren een rol:
a. alleen de werkelijk gemaakte kosten komen voor vergoeding in aanmerking;
b. de kosten die de instelling redelijkerwijs zelf kan dragen komen voor rekening van de instelling; en
c. alleen kosten komen in aanmerking voor vergoeding die verband houden met de beëindiging van activiteiten waarvoor de minister in de jaren 2009 tot en met 2012 subsidie verstrekte, met dien verstande dat ingeval voor de desbetreffende activiteiten tevens een ander bestuursorgaan subsidie verstrekte en dat bestuursorgaan ook geen of minder subsidie meer verstrekt voor die activiteiten, de minister naar rato van zijn aandeel subsidie de kosten vergoedt.