BWBR0030665
Geldig vanaf 22-11-2011
Artikel 3
Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012
1. Onder voorwaarde van goedkeuring door de minister kunnen instellingen de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling nog niet bestede subsidie die aan hen is verleend op grond van artikel 4a of 4b van de wet voor de periode 2009 tot en met 2012 mede aanwenden ter bestrijding van kosten als bedoeld in artikel 2, tweede lid.
2. Bij het besluit tot goedkeuring houdt de minister in ieder geval rekening met:
a. het bedrag dat alternatief wordt aangewend;
b. het aantal vierjaarlijkse periodes dat de instelling onafgebroken subsidie ontvangt;
c. de kosten ten behoeve waarvan de alternatieve aanwending plaats vindt;
d. de activiteiten die de instelling in 2012 blijft uitvoeren; en
e. het financieel perspectief van de instelling na 2012.
3. Een instelling kan ten hoogste een bedrag alternatief aanwenden dat gelijk is aan de vergoeding die de instelling op grond van artikel 5 kan ontvangen in geval subsidie geheel wordt geweigerd op grond van artikel 4a van de wet voor de periode 2013 tot en met 2016. Voor de berekening van de hoogte van het bedrag dat een instelling met een B3-status ten hoogste alternatief kan aanwenden is artikel 5 van overeenkomstige toepassing.
2. Bij het besluit tot goedkeuring houdt de minister in ieder geval rekening met:
a. het bedrag dat alternatief wordt aangewend;
b. het aantal vierjaarlijkse periodes dat de instelling onafgebroken subsidie ontvangt;
c. de kosten ten behoeve waarvan de alternatieve aanwending plaats vindt;
d. de activiteiten die de instelling in 2012 blijft uitvoeren; en
e. het financieel perspectief van de instelling na 2012.
3. Een instelling kan ten hoogste een bedrag alternatief aanwenden dat gelijk is aan de vergoeding die de instelling op grond van artikel 5 kan ontvangen in geval subsidie geheel wordt geweigerd op grond van artikel 4a van de wet voor de periode 2013 tot en met 2016. Voor de berekening van de hoogte van het bedrag dat een instelling met een B3-status ten hoogste alternatief kan aanwenden is artikel 5 van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030665
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl