BWBR0030665
Geldig vanaf 2012-12-12
Artikel 5
Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012
1. De vergoeding aan een categorie 1-instelling bedraagt een aantal maanden doorloop van de subsidie die is verleend voor de periode 2009 tot en met 2012, waarbij een maand doorloop een bedrag vormt dat gelijk is aan 1/12-de deel van het gemiddelde jaarlijkse subsidieaandeel over die periode.
2. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de duur van de subsidierelatie en bedraagt:
a. 2 maanden doorloop voor instellingen die in de periode 2009 tot en met 2012 voor het eerst een vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen;
b. 3 maanden doorloop voor instellingen die sinds de periode 2005 tot en met 2008 achtereenvolgend vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen; en
c. 4 maanden doorloop voor instellingen die sinds de periode 2001 tot en met 2004 of eerder achtereenvolgend vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen.
3. Bij een gedeeltelijke weigering bedraagt de vergoeding een percentage van de doorloop, bedoeld in het eerste lid, dat gelijk is aan het percentage waarvoor de subsidie wordt geweigerd.
2. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de duur van de subsidierelatie en bedraagt:
a. 2 maanden doorloop voor instellingen die in de periode 2009 tot en met 2012 voor het eerst een vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen;
b. 3 maanden doorloop voor instellingen die sinds de periode 2005 tot en met 2008 achtereenvolgend vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen; en
c. 4 maanden doorloop voor instellingen die sinds de periode 2001 tot en met 2004 of eerder achtereenvolgend vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen.
3. Bij een gedeeltelijke weigering bedraagt de vergoeding een percentage van de doorloop, bedoeld in het eerste lid, dat gelijk is aan het percentage waarvoor de subsidie wordt geweigerd.