BWBR0029692
Geldig vanaf 2011-03-08
Artikel 5
Regeling technische voorschriften voor lieren, sleepauto’s en sleepkabels
1. De geschiktheid van de kapinrichting voor de te gebruiken sleepkabel wordt aangetoond door middel van vijf achtereenvolgende snijproeven.
2. Bij elke snijproef wordt een proefstuk geheel doorsneden.
3. Het proefstuk bestaat uit drie tegen elkaar liggende kabels, elk met een diameter gelijk aan:
a. 4 mm, indien de diameter van de te gebruiken sleepkabel 4 mm of minder bedraagt; of
b. de diameter van de te gebruiken sleepkabel, indien deze meer dan 4 mm bedraagt.
4. Het materiaal van het proefstuk is gelijk of gelijkwaardig aan het materiaal waaruit de kabel is vervaardigd.
5. De kapinrichting is geschikt indien er na afloop van de proeven geen blijvende vervorming te zien is van enig onderdeel en de snijdende delen geen noemenswaardige slijtage vertonen.
6. Indien de stand van de kapinrichting tijdens het bedrijf van de lier kan veranderen, wordt de goede werking van de kapinrichting en de bedieningsinrichting in alle te verwachten standen aangetoond.
2. Bij elke snijproef wordt een proefstuk geheel doorsneden.
3. Het proefstuk bestaat uit drie tegen elkaar liggende kabels, elk met een diameter gelijk aan:
a. 4 mm, indien de diameter van de te gebruiken sleepkabel 4 mm of minder bedraagt; of
b. de diameter van de te gebruiken sleepkabel, indien deze meer dan 4 mm bedraagt.
4. Het materiaal van het proefstuk is gelijk of gelijkwaardig aan het materiaal waaruit de kabel is vervaardigd.
5. De kapinrichting is geschikt indien er na afloop van de proeven geen blijvende vervorming te zien is van enig onderdeel en de snijdende delen geen noemenswaardige slijtage vertonen.
6. Indien de stand van de kapinrichting tijdens het bedrijf van de lier kan veranderen, wordt de goede werking van de kapinrichting en de bedieningsinrichting in alle te verwachten standen aangetoond.