BWBR0028735
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 5
Wet primair onderwijs BES
1. Tot directeur kunnen worden benoemd:
1. zij die in het bezit zijn van: a. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus of het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus, en
b. een diploma van het nascholingsprogramma voor directeur van een school voor funderend onderwijs, en
c. minimaal drie jaar ervaring hebben als leerkracht op een school voor funderend onderwijs of gewezen basisonderwijs dan wel als hoofd op een school voor gewezen kleuteronderwijs.
a. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus of het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus, en
b. een diploma van het nascholingsprogramma voor directeur van een school voor funderend onderwijs, en
c. minimaal drie jaar ervaring hebben als leerkracht op een school voor funderend onderwijs of gewezen basisonderwijs dan wel als hoofd op een school voor gewezen kleuteronderwijs.
2. zij die een door Onze Minister aangewezen opleiding op het terrein van school- en onderwijsmanagement met goed gevolg hebben afgerond.
2. De bewijzen, genoemd in het eerste lid, moeten zijn verkregen aan een opleidingsinstituut dat door Onze Minister als zodanig is aangewezen om nascholing te verzorgen, en zijn afgegeven conform een door Onze Minister goedgekeurd diplomamodel.
1. zij die in het bezit zijn van: a. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus of het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus, en
b. een diploma van het nascholingsprogramma voor directeur van een school voor funderend onderwijs, en
c. minimaal drie jaar ervaring hebben als leerkracht op een school voor funderend onderwijs of gewezen basisonderwijs dan wel als hoofd op een school voor gewezen kleuteronderwijs.
a. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus of het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste of tweede cyclus, en
b. een diploma van het nascholingsprogramma voor directeur van een school voor funderend onderwijs, en
c. minimaal drie jaar ervaring hebben als leerkracht op een school voor funderend onderwijs of gewezen basisonderwijs dan wel als hoofd op een school voor gewezen kleuteronderwijs.
2. zij die een door Onze Minister aangewezen opleiding op het terrein van school- en onderwijsmanagement met goed gevolg hebben afgerond.
2. De bewijzen, genoemd in het eerste lid, moeten zijn verkregen aan een opleidingsinstituut dat door Onze Minister als zodanig is aangewezen om nascholing te verzorgen, en zijn afgegeven conform een door Onze Minister goedgekeurd diplomamodel.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028735
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl