BWBR0028735
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Wet primair onderwijs BES
1. De bewijzen van bekwaamheid tot het geven van het onderwijs, bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel b, aan een school zijn:
a. voor de eerste en tweede cyclus: 1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede, cyclus.
1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede, cyclus.
b. voor de onderscheiden educatiegebieden van de tweede cyclus: 1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus.
1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus.
2. De bewijzen, genoemd in het eerste lid, moeten zijn verkregen op het niveau van bachelor aan een opleidingsinstituut dat door Onze Minister als zodanig is aangewezen en zijn afgegeven conform een door Onze Minister goedgekeurd diplomamodel. Onze Minister kan naast de bewijzen, genoemd in de eerste volzin, bewijzen aanwijzen die zijn verkregen aan een ander opleidingsinstituut.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bewijzen van bekwaamheid worden aangewezen die, naast de in het eerste lid genoemde, bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in een of meer van de in artikel 11, eerste lid, genoemde educatiegebieden.
a. voor de eerste en tweede cyclus: 1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede, cyclus.
1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs eerste respectievelijk tweede, cyclus.
b. voor de onderscheiden educatiegebieden van de tweede cyclus: 1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus.
1. het diploma applicatiecursus leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus;
2. het diploma leerkracht funderend onderwijs voor het desbetreffende educatiegebied van de tweede cyclus.
2. De bewijzen, genoemd in het eerste lid, moeten zijn verkregen op het niveau van bachelor aan een opleidingsinstituut dat door Onze Minister als zodanig is aangewezen en zijn afgegeven conform een door Onze Minister goedgekeurd diplomamodel. Onze Minister kan naast de bewijzen, genoemd in de eerste volzin, bewijzen aanwijzen die zijn verkregen aan een ander opleidingsinstituut.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bewijzen van bekwaamheid worden aangewezen die, naast de in het eerste lid genoemde, bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in een of meer van de in artikel 11, eerste lid, genoemde educatiegebieden.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028735
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl