BWBR0028735
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 26
Wet primair onderwijs BES
1. Om tot leerkracht te kunnen worden benoemd, dient de betrokkene:
a. te voldoen aan artikel 3, eerste lid, en
b. op grond van de in de opleiding tot leerkracht funderend onderwijs gestelde vereisten en gebruikte criteria blijk te hebben gegeven van voldoende beheersing van de krachtens artikel 10 vastgestelde instructietaal of instructietalen waarin betrokkene onderwijs zal verzorgen.
2. Om te kunnen worden benoemd voor uitsluitend het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs dient de betrokkene, in afwijking van het eerste lid, slechts te voldoen aan artikel 3, eerste lid onderdelen a, c, d en e.
3. Om te kunnen worden benoemd in een niet onderwijsgevende functie, de directeur uitgezonderd, dient de betrokkene in het bezit te zijn van de verklaringen, bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdelen a en c.
a. te voldoen aan artikel 3, eerste lid, en
b. op grond van de in de opleiding tot leerkracht funderend onderwijs gestelde vereisten en gebruikte criteria blijk te hebben gegeven van voldoende beheersing van de krachtens artikel 10 vastgestelde instructietaal of instructietalen waarin betrokkene onderwijs zal verzorgen.
2. Om te kunnen worden benoemd voor uitsluitend het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs dient de betrokkene, in afwijking van het eerste lid, slechts te voldoen aan artikel 3, eerste lid onderdelen a, c, d en e.
3. Om te kunnen worden benoemd in een niet onderwijsgevende functie, de directeur uitgezonderd, dient de betrokkene in het bezit te zijn van de verklaringen, bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdelen a en c.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028735
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl