BWBR0028735
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 20
Wet primair onderwijs BES
1. De beslissing over toelating, schorsing en definitieve verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag. De toelating, schorsing en definitieve verwijdering mag niet afhankelijk gesteld worden van een geldelijke bijdrage van de ouders.
2. Onverminderd het derde lid wordt toelating van een leerling tot een school voor bijzonder onderwijs slechts geweigerd op grond van godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen of aantoonbaar plaatsgebrek doch niet op grond van de taalachtergrond van de leerling of op grond van onvoldoende ontwikkeling in de educatiegebieden. De leerling wordt bij toelating volgens diens leeftijd geplaatst in de desbetreffende cyclus.
3. Verwijzing van leerlingen naar een school voor speciaal funderend onderwijs of een afdeling voor speciaal funderend onderwijs, verbonden aan een school, vindt slechts plaats op grond van een onderzoek door een plaatsingscommissie volgens door het bestuurscollege van het desbetreffende openbaar lichaam te stellen regelen.
4. Voordat wordt besloten tot schorsing van drie dagen of meer of definitieve verwijdering, hoort het bevoegd gezag de inspectie, de eilandelijke leerplichtambtenaar, de betrokken leerkracht en de betrokken ouders. Definitieve verwijdering van een leerling vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school bereid is de leerling toe te laten.
5. Indien tegen het besluit, bedoeld in het eerste lid, van het bevoegd gezag van een openbare school bezwaar is gemaakt, besluit het bevoegd gezag in afwijking van artikel 69, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES binnen 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
2. Onverminderd het derde lid wordt toelating van een leerling tot een school voor bijzonder onderwijs slechts geweigerd op grond van godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen of aantoonbaar plaatsgebrek doch niet op grond van de taalachtergrond van de leerling of op grond van onvoldoende ontwikkeling in de educatiegebieden. De leerling wordt bij toelating volgens diens leeftijd geplaatst in de desbetreffende cyclus.
3. Verwijzing van leerlingen naar een school voor speciaal funderend onderwijs of een afdeling voor speciaal funderend onderwijs, verbonden aan een school, vindt slechts plaats op grond van een onderzoek door een plaatsingscommissie volgens door het bestuurscollege van het desbetreffende openbaar lichaam te stellen regelen.
4. Voordat wordt besloten tot schorsing van drie dagen of meer of definitieve verwijdering, hoort het bevoegd gezag de inspectie, de eilandelijke leerplichtambtenaar, de betrokken leerkracht en de betrokken ouders. Definitieve verwijdering van een leerling vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school bereid is de leerling toe te laten.
5. Indien tegen het besluit, bedoeld in het eerste lid, van het bevoegd gezag van een openbare school bezwaar is gemaakt, besluit het bevoegd gezag in afwijking van artikel 69, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES binnen 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028735
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl