BWBR0028648
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 48
Besluit eindexamens v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES
1. Onverminderd artikel 47 kan de inspectie op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een avondschool of dagavondschool vrijstelling verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De vrijstelling kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk, al of niet behaald in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, dat door de inspectie wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien de inspectie dit nodig oordeelt, onderzoekt zij of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken
3. Tot de in het eerste lid bedoelde diploma’s, getuigschriften en andere bewijsstukken behoren in elk geval die betreffende het Internationaal Baccalaureaat, het Europees Baccalaureaat, het Baccalaureaat betreffende het overeenkomstige onderwijs in een lidstaat van de Europese Unie, dan wel met voornoemde bewijzen vergelijkbare bewijzen, afgegeven door de Caribbean Examinations Council.
4. Indien de inspectie de gevraagde vrijstelling verleent, verstrekt zij de verzoeker een bewijs van vrijstelling.
5. Het bewijs van vrijstelling vermeldt de gronden van de vrijstelling, het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de vrijstelling berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken.
6. Onze Minister stelt het model van het bewijs van vrijstelling vast.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken
3. Tot de in het eerste lid bedoelde diploma’s, getuigschriften en andere bewijsstukken behoren in elk geval die betreffende het Internationaal Baccalaureaat, het Europees Baccalaureaat, het Baccalaureaat betreffende het overeenkomstige onderwijs in een lidstaat van de Europese Unie, dan wel met voornoemde bewijzen vergelijkbare bewijzen, afgegeven door de Caribbean Examinations Council.
4. Indien de inspectie de gevraagde vrijstelling verleent, verstrekt zij de verzoeker een bewijs van vrijstelling.
5. Het bewijs van vrijstelling vermeldt de gronden van de vrijstelling, het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de vrijstelling berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken.
6. Onze Minister stelt het model van het bewijs van vrijstelling vast.
- Citeren als
- Art. 48
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028648
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl