BWBR0028648
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 38
Besluit eindexamens v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES
1. De voorzitter en de secretaris van de examencommissie stellen een lijst op van de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen en de eindcijfers voor alle eindexamenvakken van elke kandidaat waarbij de op deze lijst vermelde vakken een eindexamen vormen als bedoeld in de artikelen 4 respectievelijk 5 respectievelijk 6. Hierbij wordt vermeld of de kandidaat voldaan heeft aan het bepaalde van artikel 36, eerste tot en met het vierde lid.
2. Het aantal eindcijfers per kandidaat kan het aantal vereiste eindexamenvakken, bedoeld in de artikelen 4 respectievelijk 5 respectievelijk 6, overtreffen. In geval van de eerste volzin, en indien nodig om een kandidaat te laten slagen, betrekken de voorzitter en de secretaris van de examencommissie ook deze extra eindcijfers bij de bepaling van de uitslag.
3. Indien de kandidaat slechts kan slagen wanneer één of meer van de in het tweede lid bedoelde eindcijfers niet bij de bepaling van de uitslag wordt betrokken, stellen de voorzitter en de secretaris van de examencommissie de kandidaat een keuze uit de eindcijfers, bedoeld in het tweede lid, voor. De keuze door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie is definitief, indien de kandidaat binnen vier dagen geen mededeling heeft gedaan van een andere keuze. De keuze, bedoeld in de eerste volzin, betreft slechts een of meer vakken die ter keuze van de kandidaat waren, met in achtneming van het aantal vereiste eindexamenvakken, bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6.
4. Indien de kandidaat eindexamen heeft afgelegd en in datzelfde jaar een aanvullend examen, wordt het met het aanvullend examen behaalde cijfer, indien de kandidaat daarom tijdig en schriftelijk heeft verzocht, betrokken bij de uitslagbepaling.
5. Met het afleggen van het eindexamen in enig jaar aan een avondschool of dagavondschool wordt gelijkgesteld het in dat jaar afleggen van examen in een of meer vakken aan die school met het oogmerk, in dat jaar het diploma te behalen door de combinatie met het overleggen door de desbetreffende kandidaat aan de examencommissie avondschool of dagavondschool van:
a. een in artikel 43, derde lid, bedoelde cijferlijst van een school die is uitgereikt in een eerder jaar;
b. een in artikel 43, derde lid, of artikel 44, eerste lid, bedoelde cijferlijst, afgegeven aan een andere avondschool of dagavondschool;
c. een of meer bewijzen van vrijstelling als bedoeld in artikel 48, vierde lid.
6. Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Vrijstellingsbewijzen worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
2. Het aantal eindcijfers per kandidaat kan het aantal vereiste eindexamenvakken, bedoeld in de artikelen 4 respectievelijk 5 respectievelijk 6, overtreffen. In geval van de eerste volzin, en indien nodig om een kandidaat te laten slagen, betrekken de voorzitter en de secretaris van de examencommissie ook deze extra eindcijfers bij de bepaling van de uitslag.
3. Indien de kandidaat slechts kan slagen wanneer één of meer van de in het tweede lid bedoelde eindcijfers niet bij de bepaling van de uitslag wordt betrokken, stellen de voorzitter en de secretaris van de examencommissie de kandidaat een keuze uit de eindcijfers, bedoeld in het tweede lid, voor. De keuze door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie is definitief, indien de kandidaat binnen vier dagen geen mededeling heeft gedaan van een andere keuze. De keuze, bedoeld in de eerste volzin, betreft slechts een of meer vakken die ter keuze van de kandidaat waren, met in achtneming van het aantal vereiste eindexamenvakken, bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6.
4. Indien de kandidaat eindexamen heeft afgelegd en in datzelfde jaar een aanvullend examen, wordt het met het aanvullend examen behaalde cijfer, indien de kandidaat daarom tijdig en schriftelijk heeft verzocht, betrokken bij de uitslagbepaling.
5. Met het afleggen van het eindexamen in enig jaar aan een avondschool of dagavondschool wordt gelijkgesteld het in dat jaar afleggen van examen in een of meer vakken aan die school met het oogmerk, in dat jaar het diploma te behalen door de combinatie met het overleggen door de desbetreffende kandidaat aan de examencommissie avondschool of dagavondschool van:
a. een in artikel 43, derde lid, bedoelde cijferlijst van een school die is uitgereikt in een eerder jaar;
b. een in artikel 43, derde lid, of artikel 44, eerste lid, bedoelde cijferlijst, afgegeven aan een andere avondschool of dagavondschool;
c. een of meer bewijzen van vrijstelling als bedoeld in artikel 48, vierde lid.
6. Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Vrijstellingsbewijzen worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
- Citeren als
- Art. 38
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028648
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl