BWBR0028648
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 41
Besluit eindexamens v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES
1. Elke kandidaat die eindexamen dan wel deeleindexamen heeft afgelegd, heeft het recht om in één vak herkansing te doen.
2. Indien de kandidaat een schriftelijk verzoek om herkansing doet aan de voorzitter van de examencommissie vóór een door de voorzitter van de examencommissie te bepalen en tijdig bekendgemaakt tijdstip, is de uitslag, bedoeld in artikel 40, tweede lid, voorlopig.
3. Indien de kandidaat in het tweede tijdvak geen mogelijkheid tot herkansing heeft gehad, en hij een schriftelijk verzoek daartoe indient bij de voorzitter van de examencommissie vóór een door de voorzitter van de examencommissie te bepalen en tijdig bekendgemaakt tijdstip, alsmede in geval van artikel 29, tweede lid, is de uitslag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, voorlopig.
4. Indien de kandidaat niet tijdig herkansing heeft aangevraagd, is de uitslag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, definitief.
2. Indien de kandidaat een schriftelijk verzoek om herkansing doet aan de voorzitter van de examencommissie vóór een door de voorzitter van de examencommissie te bepalen en tijdig bekendgemaakt tijdstip, is de uitslag, bedoeld in artikel 40, tweede lid, voorlopig.
3. Indien de kandidaat in het tweede tijdvak geen mogelijkheid tot herkansing heeft gehad, en hij een schriftelijk verzoek daartoe indient bij de voorzitter van de examencommissie vóór een door de voorzitter van de examencommissie te bepalen en tijdig bekendgemaakt tijdstip, alsmede in geval van artikel 29, tweede lid, is de uitslag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, voorlopig.
4. Indien de kandidaat niet tijdig herkansing heeft aangevraagd, is de uitslag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, definitief.
- Citeren als
- Art. 41
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028648
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl