BWBR0027815
Geldig vanaf 2010-06-25
Artikel 3
Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012
1. Aan de aangewezen ambtenaar en aan de herplaatsingskandidaat wordt door een mobiliteitsadviseur ondersteuning geboden bij de invulling en uitvoering van een begeleidingstraject van werk naar werk. Aan andere ambtenaren kan het bevoegd gezag besluiten de in de vorige zin bedoelde ondersteuning te bieden.
2. Met de aangewezen ambtenaar wordt door een mobiliteitsadviseur een mobiliteitsplan opgesteld, waarin onder meer de eigen kwaliteiten, ontwikkelpunten, reële loopbaanwensen en het volgen van relevante scholing kunnen worden opgenomen.
3. Voor de herplaatsingskandidaat wordt door de mobiliteitsadviseur, in samenspraak met het bevoegd gezag en de ambtenaar een herplaatsingsplan opgesteld, waarin in ieder geval het loopbaanplan en eventueel bestaande loopbaanafspraken en, indien de ambtenaar daarmee instemt, de uitkomst van de eventuele loopbaanscan worden betrokken. Het bevoegd gezag en de ambtenaar stellen het herplaatsingsplan gezamenlijk vast. Indien binnen een redelijke termijn geen overeenstemming over het plan kan worden bereikt, stelt het bevoegd gezag het plan eenzijdig vast, waarbij de ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld zijn visie apart te vermelden.
4. Gedurende de herplaatsingstermijn wordt de uitvoering van het herplaatsingsplan iedere zes maanden geëvalueerd en wordt het plan zo nodig bijgesteld.
5. De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld om loopbaangegevens en loopbaanwensen rijksbreed kenbaar te maken door opname van die gegevens in een rijksbrede mobiliteitsadministratie. De herplaatsingskandidaat is verplicht de benodigde informatie ten behoeve van de bedoelde administratie aan te leveren.
2. Met de aangewezen ambtenaar wordt door een mobiliteitsadviseur een mobiliteitsplan opgesteld, waarin onder meer de eigen kwaliteiten, ontwikkelpunten, reële loopbaanwensen en het volgen van relevante scholing kunnen worden opgenomen.
3. Voor de herplaatsingskandidaat wordt door de mobiliteitsadviseur, in samenspraak met het bevoegd gezag en de ambtenaar een herplaatsingsplan opgesteld, waarin in ieder geval het loopbaanplan en eventueel bestaande loopbaanafspraken en, indien de ambtenaar daarmee instemt, de uitkomst van de eventuele loopbaanscan worden betrokken. Het bevoegd gezag en de ambtenaar stellen het herplaatsingsplan gezamenlijk vast. Indien binnen een redelijke termijn geen overeenstemming over het plan kan worden bereikt, stelt het bevoegd gezag het plan eenzijdig vast, waarbij de ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld zijn visie apart te vermelden.
4. Gedurende de herplaatsingstermijn wordt de uitvoering van het herplaatsingsplan iedere zes maanden geëvalueerd en wordt het plan zo nodig bijgesteld.
5. De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld om loopbaangegevens en loopbaanwensen rijksbreed kenbaar te maken door opname van die gegevens in een rijksbrede mobiliteitsadministratie. De herplaatsingskandidaat is verplicht de benodigde informatie ten behoeve van de bedoelde administratie aan te leveren.