BWBR0027815
Geldig vanaf 2010-06-25
Artikel 27
Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012
1. De termijn, genoemd in artikel 49g, eerste lid, van het ARAR, artikel 84g, eerste lid, van het ARSGen artikel 58f, eerste lid, van het RDBZ, wordt verlengd, indien:
a. een herplaatsingskandidaat gedurende deze termijn op tijdelijke basis werkzaamheden verricht, dan wel
b. aan het eind van de termijn nog geen passende functie is aangeboden aan de herplaatsingskandidaat.
2. De termijn wordt in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a, verlengd met de periode waarin de werkzaamheden op tijdelijke basis zijn verricht, waarbij het aantal gewerkte uren per week voor deze werkzaamheden in verhouding tot de arbeidsduur wordt meegewogen. De termijn wordt in het geval, genoemd in het eerste lid, onder b, verlengd met de periode die nodig is om alsnog een passende functie aan te bieden.
3. De totale verlenging van de termijn, in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste twaalf maanden.
4. Indien de betrokken ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen en het bevoegd gezag voor die datum heeft besloten tot verlenging van de herplaatsingstermijn, wordt de totale maximale verlenging, bedoeld in het derde lid, verminderd met de periode van de eerdere verlenging.
5. In afwijking van het eerste tot en met vierde lid kan de verlenging van de herplaatsingstermijn in bijzondere gevallen worden geweigerd indien de betrokken ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen.
a. een herplaatsingskandidaat gedurende deze termijn op tijdelijke basis werkzaamheden verricht, dan wel
b. aan het eind van de termijn nog geen passende functie is aangeboden aan de herplaatsingskandidaat.
2. De termijn wordt in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a, verlengd met de periode waarin de werkzaamheden op tijdelijke basis zijn verricht, waarbij het aantal gewerkte uren per week voor deze werkzaamheden in verhouding tot de arbeidsduur wordt meegewogen. De termijn wordt in het geval, genoemd in het eerste lid, onder b, verlengd met de periode die nodig is om alsnog een passende functie aan te bieden.
3. De totale verlenging van de termijn, in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste twaalf maanden.
4. Indien de betrokken ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen en het bevoegd gezag voor die datum heeft besloten tot verlenging van de herplaatsingstermijn, wordt de totale maximale verlenging, bedoeld in het derde lid, verminderd met de periode van de eerdere verlenging.
5. In afwijking van het eerste tot en met vierde lid kan de verlenging van de herplaatsingstermijn in bijzondere gevallen worden geweigerd indien de betrokken ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen.