BWBR0027815
Geldig vanaf 2010-06-25
Artikel 22
Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012
1. Aan de herplaatsingskandidaat aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend om buiten de sector Rijk een functie te aanvaarden, wordt op zijn aanvraag bij de ontslagverlening het recht op hernieuwde aanstelling toegekend overeenkomstig de aanstelling voor het ontslag met een salaris dat overeenkomt met het laatstelijk genoten salaris voor het ontslag. Het recht op hernieuwde aanstelling geldt tijdens de eerste zes maanden van uitoefening van de functie buiten de sector Rijk bij ontslag in die periode aantoonbaar buiten eigen schuld of toedoen.
2. Het in het eerste lid bedoelde recht kan worden toegekend aan aangewezen ambtenaren.
3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde recht wordt niet toegekend indien een stimuleringspremie als bedoeld in artikel 20, eerste of derde lid, of een premie als bedoeld in artikel 20, vierde lid, onder c, is toegekend of wanneer een aanvulling op het inkomen als bedoeld in artikel 19is afgekocht.
4. Indien gebruik wordt gemaakt van het in het eerste of tweede lid bedoelde recht, wordt aan de betrokkene de status van herplaatsingskandidaat verleend waarbij de eerdere periode waarin betrokkene herplaatsingskandidaat is geweest, in mindering wordt gebracht op de herplaatsingstermijn, met dien verstande dat de nieuwe herplaatsingstermijn ten minste drie maanden bedraagt.
2. Het in het eerste lid bedoelde recht kan worden toegekend aan aangewezen ambtenaren.
3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde recht wordt niet toegekend indien een stimuleringspremie als bedoeld in artikel 20, eerste of derde lid, of een premie als bedoeld in artikel 20, vierde lid, onder c, is toegekend of wanneer een aanvulling op het inkomen als bedoeld in artikel 19is afgekocht.
4. Indien gebruik wordt gemaakt van het in het eerste of tweede lid bedoelde recht, wordt aan de betrokkene de status van herplaatsingskandidaat verleend waarbij de eerdere periode waarin betrokkene herplaatsingskandidaat is geweest, in mindering wordt gebracht op de herplaatsingstermijn, met dien verstande dat de nieuwe herplaatsingstermijn ten minste drie maanden bedraagt.