BWBR0027516
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 7
Regeling InnovatieImpuls Onderwijs
1. Op 8 april 2010 maakt de minister bekend welke innovatieconcepten geselecteerd zijn.
2. Uiterlijk op 15 april 2010 worden de geselecteerde innovatieconcepten in de Staatscourant gepubliceerd.
3. De inschrijving van een school op een gepubliceerd innovatieconcept vindt plaats door het indienen van een volledig ingevuld en ondertekend inschrijvingsformulier door het bevoegd gezag bij Agentschap NL. Het inschrijvingsformulier wordt vanaf 8 april 2010 beschikbaar gesteld.
4. Het inschrijvingsformulier zoals bedoeld in lid 3 dient uiterlijk op 1 mei 2010 door Agentschap NL te zijn ontvangen. Uiterlijk op 8 mei 2010 ontvangt het bevoegd gezag een bewijs van inschrijving.
5. Een bevoegd gezag mag meerdere scholen inschrijven op één of meerdere gepubliceerde innovatieconcepten, met dien verstande dat een en dezelfde school maar op één innovatieconcept ingeschreven mag worden.
6. In het geval van meerdere inschrijvingen door een bevoegd gezag dient voor iedere school een inschrijvingsformulier ingediend te worden.
7. De minister bepaalt per gepubliceerd innovatieconcept het maximaal aantal inschrijvingen dat benodigd is voor de experimentgroep en de controlegroep en kan, in geval van overinschrijving, inschrijvingen afwijzen.
8. Indien het aantal inschrijvingen het maximum aantal als bedoeld in lid 7 niet overschrijdt, worden de inschrijvingen per gepubliceerd innovatieconcept onder toezicht van een notaris verdeeld over de experimentgroep en de controlegroep. Deze verdeling vindt, indien het evaluatiedesign van het innovatieconcept dat vereist, op a-selecte wijze plaats.
9. De inschrijvingen van voortrekkerscholen die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van een gepubliceerd innovatieconcept zijn uitgezonderd van de verdeling als bedoeld in lid 8 en worden automatisch toegewezen aan de experimentgroep, met dien verstande dat per gepubliceerd innovatieconcept maximaal 8 inschrijvingen van voortrekkerscholen automatisch worden toegewezen aan de experimentgroep.
10. Indien het aantal inschrijvingen het maximum aantal als bedoeld in artikel 7overschrijdt, worden de inschrijvingen per gepubliceerd innovatieconcept onder toezicht van een notaris (a-select) verdeeld over de experimentgroep en de controlegroep totdat het maximum aantal is bereikt, met dien verstande dat:
a) de inschrijvingen van voortrekkerscholen die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van een gepubliceerd innovatieconcept uitgezonderd zijn van de (a-selecte) verdeling en automatisch worden toegewezen aan de experimentgroep, conform het bepaalde in lid 9;
b) de inschrijvingen van urgentiescholen als eerste (a-select) verdeeld worden over de experimentgroep en de controlegroep;
c) de overige inschrijvingen vervolgens (a-select) op volgorde van binnenkomst verdeeld worden over de experimentgroep en de controlegroep;
d) na het bereiken van het maximum aantal de dan nog resterende inschrijvingen conform lid 7 worden afgewezen.
11. Indien het aantal inschrijvingen op een innovatieconcept onvoldoende is om een effectmeting te kunnen uitvoeren, kan de minister besluiten de inschrijvingen op dit concept af te wijzen.
12. Inschrijvingen die na 1 mei 2010 zijn ontvangen, worden niet in behandeling genomen.
13. Uiterlijk op 15 mei 2010 ontvangt het bevoegd gezag van Agentschap NL een bewijs van toewijzing aan de experimentgroep of de controlegroep of een bericht van afwijzing.
2. Uiterlijk op 15 april 2010 worden de geselecteerde innovatieconcepten in de Staatscourant gepubliceerd.
3. De inschrijving van een school op een gepubliceerd innovatieconcept vindt plaats door het indienen van een volledig ingevuld en ondertekend inschrijvingsformulier door het bevoegd gezag bij Agentschap NL. Het inschrijvingsformulier wordt vanaf 8 april 2010 beschikbaar gesteld.
4. Het inschrijvingsformulier zoals bedoeld in lid 3 dient uiterlijk op 1 mei 2010 door Agentschap NL te zijn ontvangen. Uiterlijk op 8 mei 2010 ontvangt het bevoegd gezag een bewijs van inschrijving.
5. Een bevoegd gezag mag meerdere scholen inschrijven op één of meerdere gepubliceerde innovatieconcepten, met dien verstande dat een en dezelfde school maar op één innovatieconcept ingeschreven mag worden.
6. In het geval van meerdere inschrijvingen door een bevoegd gezag dient voor iedere school een inschrijvingsformulier ingediend te worden.
7. De minister bepaalt per gepubliceerd innovatieconcept het maximaal aantal inschrijvingen dat benodigd is voor de experimentgroep en de controlegroep en kan, in geval van overinschrijving, inschrijvingen afwijzen.
8. Indien het aantal inschrijvingen het maximum aantal als bedoeld in lid 7 niet overschrijdt, worden de inschrijvingen per gepubliceerd innovatieconcept onder toezicht van een notaris verdeeld over de experimentgroep en de controlegroep. Deze verdeling vindt, indien het evaluatiedesign van het innovatieconcept dat vereist, op a-selecte wijze plaats.
9. De inschrijvingen van voortrekkerscholen die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van een gepubliceerd innovatieconcept zijn uitgezonderd van de verdeling als bedoeld in lid 8 en worden automatisch toegewezen aan de experimentgroep, met dien verstande dat per gepubliceerd innovatieconcept maximaal 8 inschrijvingen van voortrekkerscholen automatisch worden toegewezen aan de experimentgroep.
10. Indien het aantal inschrijvingen het maximum aantal als bedoeld in artikel 7overschrijdt, worden de inschrijvingen per gepubliceerd innovatieconcept onder toezicht van een notaris (a-select) verdeeld over de experimentgroep en de controlegroep totdat het maximum aantal is bereikt, met dien verstande dat:
a) de inschrijvingen van voortrekkerscholen die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van een gepubliceerd innovatieconcept uitgezonderd zijn van de (a-selecte) verdeling en automatisch worden toegewezen aan de experimentgroep, conform het bepaalde in lid 9;
b) de inschrijvingen van urgentiescholen als eerste (a-select) verdeeld worden over de experimentgroep en de controlegroep;
c) de overige inschrijvingen vervolgens (a-select) op volgorde van binnenkomst verdeeld worden over de experimentgroep en de controlegroep;
d) na het bereiken van het maximum aantal de dan nog resterende inschrijvingen conform lid 7 worden afgewezen.
11. Indien het aantal inschrijvingen op een innovatieconcept onvoldoende is om een effectmeting te kunnen uitvoeren, kan de minister besluiten de inschrijvingen op dit concept af te wijzen.
12. Inschrijvingen die na 1 mei 2010 zijn ontvangen, worden niet in behandeling genomen.
13. Uiterlijk op 15 mei 2010 ontvangt het bevoegd gezag van Agentschap NL een bewijs van toewijzing aan de experimentgroep of de controlegroep of een bericht van afwijzing.