BWBR0027516
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 30
Regeling InnovatieImpuls Onderwijs
1. De verantwoording van de subsidies voor de ontwikkeling van het projectplan respectievelijk voor deelname aan de effectmeting als bedoeld in artikel 2, lid 1, a respectievelijk c, geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidies.
2. De financiële verantwoording van de subsidie voor de uitvoering van een projectplan als bedoeld in artikel 2, lid 1, b, geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, behorend bij de richtlijn RJ660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.
3. In aanvulling op de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving stelt de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2 lid 1, been verslag van activiteiten op waaruit de besteding van de subsidie duidelijk blijkt. Het verslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. Het verslag wordt uiterlijk binnen 3 maanden na afloop van de subsidieperiode ingediend bij DUO.
4. De inrichting van het verslag zoals bedoeld in lid 3 komt overeen met de inrichting van het projectplan en bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.
5. Uiterlijk 1 jaar na ontvangst van het jaarverslag van het laatste jaar van besteding wordt de subsidie als bedoeld in lid 2 definitief door DUO vastgesteld.
2. De financiële verantwoording van de subsidie voor de uitvoering van een projectplan als bedoeld in artikel 2, lid 1, b, geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, behorend bij de richtlijn RJ660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.
3. In aanvulling op de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving stelt de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2 lid 1, been verslag van activiteiten op waaruit de besteding van de subsidie duidelijk blijkt. Het verslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. Het verslag wordt uiterlijk binnen 3 maanden na afloop van de subsidieperiode ingediend bij DUO.
4. De inrichting van het verslag zoals bedoeld in lid 3 komt overeen met de inrichting van het projectplan en bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.
5. Uiterlijk 1 jaar na ontvangst van het jaarverslag van het laatste jaar van besteding wordt de subsidie als bedoeld in lid 2 definitief door DUO vastgesteld.