BWBR0027516
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 2
Regeling InnovatieImpuls Onderwijs
1. De minister kan subsidie verstrekken aan het bevoegd gezag van een school:
a. voor de ontwikkeling van een projectplan;
b. voor de uitvoering van een projectplan zoals bedoeld in a;
c. voor deelname aan de effectmeting door scholen in de controlegroep;
d. voor deelname aan de effectmeting in 2015 door scholen in de experimentgroep en in de controlegroep.
2. De subsidies als bedoeld in lid 1, a en b worden verleend voor de ontwikkeling en uitvoering van projectplannen:
a. die gebaseerd zijn op een gepubliceerd innovatieconcept;
b. die gericht zijn op de implementatie van innovatieve maatregelen die leiden tot een stijging van de arbeidsproductiviteit met behoud van de onderwijskwaliteit en zonder verhoging van de werkdruk van leraren, en;
c. die zo ingericht zijn dat de effecten van de innovatieve maatregelen op de arbeidsproductiviteit, de kwaliteit van het onderwijs en de werkdruk gemeten kunnen worden, en;
d. die kennis, ervaringen en inzichten opleveren die overdraagbaar zijn aan en toegepast kunnen worden door bevoegde gezagsorganen die niet van deze regeling gebruikmaken.
3. De subsidie als bedoeld in het eerste lid onder c en d wordt verleend als tegemoetkoming in de kosten die voortvloeien uit deelname aan de effectmeting.
a. voor de ontwikkeling van een projectplan;
b. voor de uitvoering van een projectplan zoals bedoeld in a;
c. voor deelname aan de effectmeting door scholen in de controlegroep;
d. voor deelname aan de effectmeting in 2015 door scholen in de experimentgroep en in de controlegroep.
2. De subsidies als bedoeld in lid 1, a en b worden verleend voor de ontwikkeling en uitvoering van projectplannen:
a. die gebaseerd zijn op een gepubliceerd innovatieconcept;
b. die gericht zijn op de implementatie van innovatieve maatregelen die leiden tot een stijging van de arbeidsproductiviteit met behoud van de onderwijskwaliteit en zonder verhoging van de werkdruk van leraren, en;
c. die zo ingericht zijn dat de effecten van de innovatieve maatregelen op de arbeidsproductiviteit, de kwaliteit van het onderwijs en de werkdruk gemeten kunnen worden, en;
d. die kennis, ervaringen en inzichten opleveren die overdraagbaar zijn aan en toegepast kunnen worden door bevoegde gezagsorganen die niet van deze regeling gebruikmaken.
3. De subsidie als bedoeld in het eerste lid onder c en d wordt verleend als tegemoetkoming in de kosten die voortvloeien uit deelname aan de effectmeting.