BWBR0026884
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 3.2.1
Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer
1. Indien de concentratie aan stikstofoxiden (NO x), zwaveldioxide (SO 2), totaal stof of onverbrande koolwaterstoffen (C xH y, uitgedrukt in C) afzonderlijk wordt gemeten, wordt zodra een emissiegrenswaarde van toepassing is geworden, binnen vier weken nadien een afzonderlijke meting verricht.
2. Indien de concentratie aan stikstofoxiden (NO x), zwaveldioxide (SO 2), totaal stof of onverbrande koolwaterstoffen (C xH y, uitgedrukt in C) bij een gasturbine-installatie, een vloeistofmotorinstallatie of een gasmotorinstallatie afzonderlijk wordt gemeten, wordt in aanvulling op het eerste lid, om de vier jaar een nieuwe afzonderlijke meting verricht.
3. Indien door het veranderen van brandstof op een stookinstallatie andere emissiegrenswaarden van toepassing worden, wordt binnen vier weken nadien een nieuwe afzonderlijke meting verricht. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de concentratie aan stikstofoxiden (NO x), zwaveldioxide (SO 2), totaal stof of onverbrande koolwaterstoffen (C xH y, uitgedrukt in C) bij een gasturbine-installatie, een vloeistofmotorinstallatie of een gasmotorinstallatie afzonderlijk wordt gemeten, wordt in aanvulling op het eerste lid, om de vier jaar een nieuwe afzonderlijke meting verricht.
3. Indien door het veranderen van brandstof op een stookinstallatie andere emissiegrenswaarden van toepassing worden, wordt binnen vier weken nadien een nieuwe afzonderlijke meting verricht. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.