BWBR0026884
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 2.1.4
Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer
1. Het rookgas van een gasmotorinstallatie voldoet aan de volgende emissiegrenswaarden:
a. stikstofoxiden (NOx): 100 milligram per Nm3;
b. zwaveldioxide (SO2) 200 milligram per Nm3, en
c. onverbrande koolwaterstoffen (CxHy, uitgedrukt in C): 1500 milligram per Nm3.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a en c, voldoet het rookgas van een gasmotorinstallatie waarin gas wordt verstookt dat voor ten minste 95 procent uit gas bestaat dat door vergisting van organisch materiaal, zoals gft-afval, mest, rioolslib, actief slib, gestort huisvuil of een mengsel daarvan met hoofdbestanddelen als methaan en koolstofdioxide is ontstaan, en een gasmotorinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 2,5 megawatt, aan een emissiegrenswaarde voor stikstofoxiden (NO x) van ten hoogste 340 milligram per Nm 3en geldt voor onverbrande koolwaterstoffen (C xH y, uitgedrukt in C), geen emissiegrenswaarde.
a. stikstofoxiden (NOx): 100 milligram per Nm3;
b. zwaveldioxide (SO2) 200 milligram per Nm3, en
c. onverbrande koolwaterstoffen (CxHy, uitgedrukt in C): 1500 milligram per Nm3.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a en c, voldoet het rookgas van een gasmotorinstallatie waarin gas wordt verstookt dat voor ten minste 95 procent uit gas bestaat dat door vergisting van organisch materiaal, zoals gft-afval, mest, rioolslib, actief slib, gestort huisvuil of een mengsel daarvan met hoofdbestanddelen als methaan en koolstofdioxide is ontstaan, en een gasmotorinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 2,5 megawatt, aan een emissiegrenswaarde voor stikstofoxiden (NO x) van ten hoogste 340 milligram per Nm 3en geldt voor onverbrande koolwaterstoffen (C xH y, uitgedrukt in C), geen emissiegrenswaarde.