BWBR0026884
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 2.3.2
Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer
1. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie wordt de massaconcentratie aan zwaveldioxide (SO 2), stikstofoxiden (NO x), totaal stof of onverbrande koolwaterstoffen (C xH y, uitgedrukt in C) in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van:
a. zes procent, indien het een stookinstallatie met vaste brandstof betreft, en
b. drie procent, indien het een stookinstallatie met een gasvormige of vloeibare brandstof betreft.
2. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie wordt de massaconcentratie aan stikstofoxiden (NO x) in het rookgas berekend als massaconcentratie aan stikstofdioxide.
a. zes procent, indien het een stookinstallatie met vaste brandstof betreft, en
b. drie procent, indien het een stookinstallatie met een gasvormige of vloeibare brandstof betreft.
2. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie wordt de massaconcentratie aan stikstofoxiden (NO x) in het rookgas berekend als massaconcentratie aan stikstofdioxide.