BWBR0026884
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 2.3.1
Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer
1. Een stookinstallatie die door een storing niet voldoet aan de voor die installatie ingevolge dit besluit geldende emissiegrenswaarden, mag in bedrijf blijven voor ten hoogste 120 achtereenvolgende uren na het optreden van de storing, met een maximum van 120 uur per kalenderjaar.
2. Indien een storing als bedoeld in het eerste lid niet binnen 120 uur zodanig is hersteld dat de stookinstallatie weer aan de op haar van toepassing zijnde emissiegrenswaarden voldoet, wordt de stookinstallatie buiten bedrijf gesteld.
3. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien het een stookinstallatie betreft die zich binnen de exclusieve economische zone bevindt, de storing redelijkerwijs niet binnen het in het eerste lid genoemde aantal uren kan worden hersteld en deze omstandigheid voor het verstrijken van dat aantal uren schriftelijk met opgave van redenen is gemeld bij het Staatstoezicht op de mijnen. Het Staatstoezicht op de mijnen stelt in dat geval een termijn waarbinnen de storing wordt hersteld. Indien de storing niet binnen de door het Staatstoezicht op de mijnen gestelde termijn is hersteld, wordt de stookinstallatie alsnog buiten bedrijf gesteld.
4. Indien een storing samenhangt met de brandstof die in de stookinstallatie wordt verstookt, mag gedurende het aantal uren, bedoeld in het eerste of derde lid, een andere brandstof worden gebruikt en blijven de emissiegrenswaarden, bedoeld in dit besluit, buiten toepassing.
2. Indien een storing als bedoeld in het eerste lid niet binnen 120 uur zodanig is hersteld dat de stookinstallatie weer aan de op haar van toepassing zijnde emissiegrenswaarden voldoet, wordt de stookinstallatie buiten bedrijf gesteld.
3. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien het een stookinstallatie betreft die zich binnen de exclusieve economische zone bevindt, de storing redelijkerwijs niet binnen het in het eerste lid genoemde aantal uren kan worden hersteld en deze omstandigheid voor het verstrijken van dat aantal uren schriftelijk met opgave van redenen is gemeld bij het Staatstoezicht op de mijnen. Het Staatstoezicht op de mijnen stelt in dat geval een termijn waarbinnen de storing wordt hersteld. Indien de storing niet binnen de door het Staatstoezicht op de mijnen gestelde termijn is hersteld, wordt de stookinstallatie alsnog buiten bedrijf gesteld.
4. Indien een storing samenhangt met de brandstof die in de stookinstallatie wordt verstookt, mag gedurende het aantal uren, bedoeld in het eerste of derde lid, een andere brandstof worden gebruikt en blijven de emissiegrenswaarden, bedoeld in dit besluit, buiten toepassing.