BWBR0025709
Geldig vanaf 2011-09-29
Artikel 24e
Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen
1. Het subsidieplafond voor 2012 bedraagt € 2.000.000.
2. De minster beslist uiterlijk op 1 april 2012 gelijktijdig op de ingediende aanvragen.
3. Voor zover de minister een aanvraag niet op grond van artikel 24dheeft afgewezen, beslist hij op de ingediende aanvragen op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de voorgestelde activiteiten om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie, bedoeld in artikel 24a, tweede lid.
4. Omtrent de aanvragen waarop de minister niet met toepassing van artikel 24dafwijzend beslist, wint de minister, alvorens een beslissing te nemen, het advies in van de adviescommissie.
5. De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de daarvoor in aanmerking komende aanvragen zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate:
a. de kennisoverdracht van de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken naar de betrokken onderwijsinstellingen naar verwachting succesvol zal zijn;
b. er sprake is van goede samenwerking op het gebied van ondernemend onderwijs, tenminste blijkend uit de diversiteit van de projectdeelnemers en hun capaciteiten;
c. de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken meer bijdragen aan ondernemend onderwijs in de zin van deze regeling;
d. het ondernemend onderwijs binnen de betrokken onderwijsinstellingen hierdoor meer is gewaarborgd;
e. het verder verdiepen en versterken van de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken naar verwachting succesvol zullen plaatsvinden en
f. het accent van de activiteiten meer ligt op de activiteiten bedoeld in artikel 24b, onderdeel a, dan op de activiteiten, bedoeld in artikel 24b, onderdeel b.
2. De minster beslist uiterlijk op 1 april 2012 gelijktijdig op de ingediende aanvragen.
3. Voor zover de minister een aanvraag niet op grond van artikel 24dheeft afgewezen, beslist hij op de ingediende aanvragen op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de voorgestelde activiteiten om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie, bedoeld in artikel 24a, tweede lid.
4. Omtrent de aanvragen waarop de minister niet met toepassing van artikel 24dafwijzend beslist, wint de minister, alvorens een beslissing te nemen, het advies in van de adviescommissie.
5. De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de daarvoor in aanmerking komende aanvragen zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate:
a. de kennisoverdracht van de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken naar de betrokken onderwijsinstellingen naar verwachting succesvol zal zijn;
b. er sprake is van goede samenwerking op het gebied van ondernemend onderwijs, tenminste blijkend uit de diversiteit van de projectdeelnemers en hun capaciteiten;
c. de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken meer bijdragen aan ondernemend onderwijs in de zin van deze regeling;
d. het ondernemend onderwijs binnen de betrokken onderwijsinstellingen hierdoor meer is gewaarborgd;
e. het verder verdiepen en versterken van de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken naar verwachting succesvol zullen plaatsvinden en
f. het accent van de activiteiten meer ligt op de activiteiten bedoeld in artikel 24b, onderdeel a, dan op de activiteiten, bedoeld in artikel 24b, onderdeel b.