BWBR0025709
Geldig vanaf 2011-09-29
Artikel 18
Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen
1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de evaluatie van de subsidieregeling en de ontwikkeling van het beleid.
2. Indien er tussentijds bijzondere omstandigheden optreden, die de voortgang van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan AgentschapNL.
3. De subsidieontvanger is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidieregeling verlangen. De subsidieontvanger geeft desgewenst deze ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
4. De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan communicatieactiviteiten gericht op het presenteren van het samenwerkingsverband en het verspreiden van de (tussentijdse) projectresultaten aan overige belanghebbenden.
5. De minister kan aan de subsidieverlening voorts verdere nadere voorschriften verbinden. Deze voorschriften worden opgenomen in de beschikking.
2. Indien er tussentijds bijzondere omstandigheden optreden, die de voortgang van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan AgentschapNL.
3. De subsidieontvanger is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidieregeling verlangen. De subsidieontvanger geeft desgewenst deze ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
4. De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan communicatieactiviteiten gericht op het presenteren van het samenwerkingsverband en het verspreiden van de (tussentijdse) projectresultaten aan overige belanghebbenden.
5. De minister kan aan de subsidieverlening voorts verdere nadere voorschriften verbinden. Deze voorschriften worden opgenomen in de beschikking.