BWBR0024915
Geldig vanaf 2014-09-11
Artikel 30
Regeling interventie
1. Voor de opslag van boter komen uitsluitend vrieshuizen in aanmerking die:
a. beschikken over een opslagcapaciteit van ten minste 1.000 ton boter,
b. boter bij een constante temperatuur van –18 °C of kouder kunnen bewaren en deze temperatuur in de opslagruimte ook tijdens in- en uitslagwerkzaamheden kunnen handhaven,
c. een inslagcapaciteit van ten minste 50 ton boter per dag en een uitslagcapaciteit van ten minste 100 ton boter per dag hebben,
d. beschikken over permanent in de opslagruimte aanwezige, adequate temperatuurregistratieapparatuur die ten minste drie keer per etmaal de luchttemperatuur meet,
e. beschikken over een weegschaal met een minimum weegvermogen van 30 kilogram en een afleeseenheid van 10 gram,
f. beschikken over een weegschaal waarop een pallet met boter in zijn geheel kan worden gewogen,
g. voldoende toetsgewichten voorhanden hebben en kunnen aantonen dat zowel de weegschaal als toetsgewichten van een geldig ijkmerk zijn voorzien, en
h. beschikken over een bemonsteringsruimte.
2. Voor de opslag van mageremelkpoeder komen uitsluitend opslagpanden in aanmerking die:
a. voldoen aan de onderdelen a, e, f en g van het eerste lid,
b. een in- en uitslagcapaciteit van ten minste 100 ton mageremelkpoeder per dag hebben.
a. beschikken over een opslagcapaciteit van ten minste 1.000 ton boter,
b. boter bij een constante temperatuur van –18 °C of kouder kunnen bewaren en deze temperatuur in de opslagruimte ook tijdens in- en uitslagwerkzaamheden kunnen handhaven,
c. een inslagcapaciteit van ten minste 50 ton boter per dag en een uitslagcapaciteit van ten minste 100 ton boter per dag hebben,
d. beschikken over permanent in de opslagruimte aanwezige, adequate temperatuurregistratieapparatuur die ten minste drie keer per etmaal de luchttemperatuur meet,
e. beschikken over een weegschaal met een minimum weegvermogen van 30 kilogram en een afleeseenheid van 10 gram,
f. beschikken over een weegschaal waarop een pallet met boter in zijn geheel kan worden gewogen,
g. voldoende toetsgewichten voorhanden hebben en kunnen aantonen dat zowel de weegschaal als toetsgewichten van een geldig ijkmerk zijn voorzien, en
h. beschikken over een bemonsteringsruimte.
2. Voor de opslag van mageremelkpoeder komen uitsluitend opslagpanden in aanmerking die:
a. voldoen aan de onderdelen a, e, f en g van het eerste lid,
b. een in- en uitslagcapaciteit van ten minste 100 ton mageremelkpoeder per dag hebben.