BWBR0024915
Geldig vanaf 2014-09-11
Artikel 3
Regeling interventie
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2wordt het COKZ aangewezen als bevoegde autoriteit voor het verrichten van de taken, vermeld in Bijlage IV, Deel I, punt 3, van Verordening 1272/2009.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2is het COKZ bevoegd tot het verrichten van monsteranalyses die op grond van de in artikel 1opgenomen verordeningen moeten plaatsvinden teneinde vast te stellen of aan de aldaar gestelde kwaliteitseisen en samenstellingseisen is voldaan.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is het RIKILT bevoegd tot het verrichten van analyses van monsters:
– naar de afwezigheid van niet-melkvet, bedoeld in Bijlage V, Deel V, van Verordening 1272/2009;
– teneinde de samenstelling van de vervaardigde caseïne en caseïnaten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, tweede alinea, van Verordening 2921/90 te controleren;
– als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van Verordening 2799/1999.
4. De NVWA neemt de in het tweede en derde lid bedoelde situaties de monsters.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2is het COKZ bevoegd tot het verrichten van monsteranalyses die op grond van de in artikel 1opgenomen verordeningen moeten plaatsvinden teneinde vast te stellen of aan de aldaar gestelde kwaliteitseisen en samenstellingseisen is voldaan.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is het RIKILT bevoegd tot het verrichten van analyses van monsters:
– naar de afwezigheid van niet-melkvet, bedoeld in Bijlage V, Deel V, van Verordening 1272/2009;
– teneinde de samenstelling van de vervaardigde caseïne en caseïnaten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, tweede alinea, van Verordening 2921/90 te controleren;
– als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van Verordening 2799/1999.
4. De NVWA neemt de in het tweede en derde lid bedoelde situaties de monsters.