BWBR0023428
Geldig vanaf 2008-02-06
Artikel 4.6
Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
1. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de strafrechtelijk geplaatste jeugdigen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 1°, en van de strafrechtelijk geplaatste jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 2°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
a. het Landelijk Meldpunt;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte;
c. de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.
2. De directeur zendt binnen één uur na constatering van de in het eerste lid bedoelde ongeoorloofde afwezigheid het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan het Landelijk Meldpunt.
3. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de in het eerste en tweede lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar.
4. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de strafrechtelijk geplaatste jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 3°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
a. de politie;
b. de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.
5. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de in het vierde lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan:
a. de politie;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar;
c. de officier van justitie of advocaat-generaal die de ongeoorloofd afwezige vervolgt of heeft vervolgd.
a. het Landelijk Meldpunt;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte;
c. de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.
2. De directeur zendt binnen één uur na constatering van de in het eerste lid bedoelde ongeoorloofde afwezigheid het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan het Landelijk Meldpunt.
3. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de in het eerste en tweede lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar.
4. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de strafrechtelijk geplaatste jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 3°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
a. de politie;
b. de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.
5. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de in het vierde lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan:
a. de politie;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar;
c. de officier van justitie of advocaat-generaal die de ongeoorloofd afwezige vervolgt of heeft vervolgd.