BWBR0023428
Geldig vanaf 2008-02-06
Artikel 4.2
Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
Ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in dit hoofdstuk is het gevolg van het zich onttrekken van een jeugdige aan de tenuitvoerlegging op één van de navolgende wijzen:
a. het zonder toestemming verlaten van de inrichting of het tot de inrichting behorende terrein;
b. het zonder toestemming verlaten van de instelling waarnaar de jeugdige is overgebracht op grond van artikel 12, achtste lid, of artikel 48, derde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
c. het zich onttrekken aan het toezicht tijdens vervoer;
d. het zich onttrekken aan het toezicht tijdens enige vorm van begeleid verlof of ander verblijf buiten de inrichting onder begeleiding;
e. het zich niet tijdig op de afgesproken plaats bevinden of daar terugkeren na of tijdens enige vorm van onbegeleid verlof, deelname aan een scholings- en trainingsprogramma of ander toegestaan verblijf buiten de inrichting zonder begeleiding.
a. het zonder toestemming verlaten van de inrichting of het tot de inrichting behorende terrein;
b. het zonder toestemming verlaten van de instelling waarnaar de jeugdige is overgebracht op grond van artikel 12, achtste lid, of artikel 48, derde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
c. het zich onttrekken aan het toezicht tijdens vervoer;
d. het zich onttrekken aan het toezicht tijdens enige vorm van begeleid verlof of ander verblijf buiten de inrichting onder begeleiding;
e. het zich niet tijdig op de afgesproken plaats bevinden of daar terugkeren na of tijdens enige vorm van onbegeleid verlof, deelname aan een scholings- en trainingsprogramma of ander toegestaan verblijf buiten de inrichting zonder begeleiding.