BWBR0023428
Geldig vanaf 2008-02-06
Artikel 2.7
Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
1. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, onmiddellijk na constatering ervan aan:
a. het CJIB, binnen kantooruren telefonisch, buiten kantooruren per elektronische post;
b. de divisiedirecteur GW/VB, indien de directeur van oordeel is dat de ongeoorloofde afwezigheid daartoe aanleiding geeft; de directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid alleen in dat geval telefonisch aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar.
2. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van degene die zich heeft onttrokken aan vreemdelingenbewaring, behorend tot groep B, onder 2°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
a. de politie;
b. de divisiedirecteur GW/VB; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.
3. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de meldingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan:
a. het CJIB, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, dan wel de politie, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 2°;
b. de divisiedirecteur GW/VB; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar; in geval van onttrekkingen als bedoeld in artikel 2.2, onder f en g, blijft deze melding achterwege.
4. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan de divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het Centraal Register Onttrekkingen.
5. De directeur zendt zo spoedig mogelijk het penitentiair dossier van de ongeoorloofd afwezige naar de divisiedirecteur IZ.
a. het CJIB, binnen kantooruren telefonisch, buiten kantooruren per elektronische post;
b. de divisiedirecteur GW/VB, indien de directeur van oordeel is dat de ongeoorloofde afwezigheid daartoe aanleiding geeft; de directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid alleen in dat geval telefonisch aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar.
2. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van degene die zich heeft onttrokken aan vreemdelingenbewaring, behorend tot groep B, onder 2°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
a. de politie;
b. de divisiedirecteur GW/VB; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.
3. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de meldingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan:
a. het CJIB, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, dan wel de politie, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 2°;
b. de divisiedirecteur GW/VB; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar; in geval van onttrekkingen als bedoeld in artikel 2.2, onder f en g, blijft deze melding achterwege.
4. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan de divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het Centraal Register Onttrekkingen.
5. De directeur zendt zo spoedig mogelijk het penitentiair dossier van de ongeoorloofd afwezige naar de divisiedirecteur IZ.