BWBR0023428
Geldig vanaf 2008-02-06
Artikel 3.5
Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
1. Het hoofd meldt de ongeoorloofde afwezigheid onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
a. het Landelijk Meldpunt;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI; het hoofd stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.
2. Het hoofd zendt binnen één uur na constatering van de ongeoorloofde afwezigheid het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan het Landelijk Meldpunt.
3. Het hoofd zendt zo spoedig mogelijk na de in het eerste en tweede lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan de de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; het hoofd zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar.
4. Het hoofd meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan de divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het daartoe bestemde registatiesysteem.
a. het Landelijk Meldpunt;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI; het hoofd stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.
2. Het hoofd zendt binnen één uur na constatering van de ongeoorloofde afwezigheid het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan het Landelijk Meldpunt.
3. Het hoofd zendt zo spoedig mogelijk na de in het eerste en tweede lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan de de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; het hoofd zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar.
4. Het hoofd meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan de divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het daartoe bestemde registatiesysteem.