BWBR0022933 Geldig vanaf 2007-12-05
Artikel 9
Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007
1. De directeuren-generaal (kernMinisterie) en de plaatsvervangend secretaris-generaal hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van medewerkers van het kernMinisterie die
i. rechtstreeks onder hen ressorteren;
ii. ressorteren onder onderdelen binnen hun gezagsdomein.
2. De directeuren-generaal (kernMinisterie) en de plaatsvervangend secretaris-generaal hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van de hoofden van dienst (uitgezonderd de functionarissen die behoren tot de Topmanagementgroep als bedoeld in artikel 7, lid 4 ARAR), van de diensten en instellingen, secretariaten van raden en commissies, die behoren tot hun gezagsdomein.
i. rechtstreeks onder hen ressorteren;
ii. ressorteren onder onderdelen binnen hun gezagsdomein.
2. De directeuren-generaal (kernMinisterie) en de plaatsvervangend secretaris-generaal hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van de hoofden van dienst (uitgezonderd de functionarissen die behoren tot de Topmanagementgroep als bedoeld in artikel 7, lid 4 ARAR), van de diensten en instellingen, secretariaten van raden en commissies, die behoren tot hun gezagsdomein.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022933
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl