Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. Ministerie: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
c. dienstonderdelen kernMinisterie: de in artikel 3, eerste lid, onder b tot en met e, van het Organisatiebesluit VWS genoemde beleidsdirecties, stafdirecties, facilitaire diensten en eenheden;
d. diensten en instellingen: de in artikel 4 van het Organisatiebesluit VWS genoemde diensten en instellingen van het Ministerie;
e. secretariaten van raden en commissies: de in artikel 5 van het Organisatiebesluit VWS genoemde secretariaten van raden en commissies van het Ministerie;
f. hoofd van dienst: de functionaris die is belast met de leiding van een onderdeel van het Ministerie als bedoeld onder c tot en met e.
g. portefeuillehouder: de functionaris onder wie onderdelen van het Ministerie als bedoeld onder c tot en met e ressorteren;
h. ressorteren: in eerste instantie vallend onder het gezagsdomein, de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal onverlet latend;
i. medewerker: de bij het Ministerie werkzame persoon die is aangesteld op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR);
j. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;
k. ondermandaat: de door een gemandateerde verleende bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;
l. gemandateerde: degene aan wie mandaat is verleend;
m. mandaatgever: degene die mandaat verleent.
2. Hetgeen in deze regeling is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op machtiging.
a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. Ministerie: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
c. dienstonderdelen kernMinisterie: de in artikel 3, eerste lid, onder b tot en met e, van het Organisatiebesluit VWS genoemde beleidsdirecties, stafdirecties, facilitaire diensten en eenheden;
d. diensten en instellingen: de in artikel 4 van het Organisatiebesluit VWS genoemde diensten en instellingen van het Ministerie;
e. secretariaten van raden en commissies: de in artikel 5 van het Organisatiebesluit VWS genoemde secretariaten van raden en commissies van het Ministerie;
f. hoofd van dienst: de functionaris die is belast met de leiding van een onderdeel van het Ministerie als bedoeld onder c tot en met e.
g. portefeuillehouder: de functionaris onder wie onderdelen van het Ministerie als bedoeld onder c tot en met e ressorteren;
h. ressorteren: in eerste instantie vallend onder het gezagsdomein, de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal onverlet latend;
i. medewerker: de bij het Ministerie werkzame persoon die is aangesteld op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR);
j. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;
k. ondermandaat: de door een gemandateerde verleende bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;
l. gemandateerde: degene aan wie mandaat is verleend;
m. mandaatgever: degene die mandaat verleent.
2. Hetgeen in deze regeling is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op machtiging.