BWBR0022933
Geldig vanaf 2007-12-05
Artikel 15
Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007
1. In afwijking van de artikelen 10en 11hebben de directeuren-generaal (kerndepartement) en de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat voor het nemen van reorganisatiebesluiten die betrekking hebben op onderdelen van het Ministerie die behoren tot hun gezagsdomein.
2. In afwijking van artikel 10hebben de directeuren-generaal (kerndepartement) en de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat met betrekking tot:
– aanstelling en ontslag op verzoek, van medewerkers in functies die zijn gewaardeerd op schaal 14, 15 of 16 BBRA;
– aanstelling met toepassing van artikel 6a ARAR;
– besluiten waarbij de arbeidsduur wordt vastgesteld op meer dan 36 uur (artikel 21, lid 2, ARAR);
– besluiten gegrond op de artikelen 77, 80 tot en met 84, 91 en 92 ARAR (ontzegging toegang en disciplinaire straffen);
– ontslag anders dan op verzoek.
3. In afwijking van artikel 11heeft de plaatsvervangend secretaris-generaal ten aanzien van de Rijksinstellingen voor gesloten jeugdzorg Den Engh en De Lindenhorst mandaat met betrekking tot:
– de aanstelling met toepassing van artikel 6a ARAR;
– het vaststellen of aan een bepaalde functie een vaste vergoeding voor representatiekosten is verbonden en de hoogte van die vergoeding;
– alle besluiten betreffende medewerkers waarvan de functie is ingeschaald op het niveau van schaal 14 en 15, behoudens de bevoegdheid van de Secretaris-Generaal tot het vaststellen van de inhoud en niveau van organieke en feitelijk opgedragen functies op het niveau van schaal 15.
2. In afwijking van artikel 10hebben de directeuren-generaal (kerndepartement) en de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat met betrekking tot:
– aanstelling en ontslag op verzoek, van medewerkers in functies die zijn gewaardeerd op schaal 14, 15 of 16 BBRA;
– aanstelling met toepassing van artikel 6a ARAR;
– besluiten waarbij de arbeidsduur wordt vastgesteld op meer dan 36 uur (artikel 21, lid 2, ARAR);
– besluiten gegrond op de artikelen 77, 80 tot en met 84, 91 en 92 ARAR (ontzegging toegang en disciplinaire straffen);
– ontslag anders dan op verzoek.
3. In afwijking van artikel 11heeft de plaatsvervangend secretaris-generaal ten aanzien van de Rijksinstellingen voor gesloten jeugdzorg Den Engh en De Lindenhorst mandaat met betrekking tot:
– de aanstelling met toepassing van artikel 6a ARAR;
– het vaststellen of aan een bepaalde functie een vaste vergoeding voor representatiekosten is verbonden en de hoogte van die vergoeding;
– alle besluiten betreffende medewerkers waarvan de functie is ingeschaald op het niveau van schaal 14 en 15, behoudens de bevoegdheid van de Secretaris-Generaal tot het vaststellen van de inhoud en niveau van organieke en feitelijk opgedragen functies op het niveau van schaal 15.