BWBR0022933
Geldig vanaf 2007-12-05
Artikel 7
Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007
1. Bij afwezigheid of verhindering van een gemandateerde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een ondermandaat.
2. Bij wijzigingen van de portefeuilleverdeling zonder dat het Organisatiebesluit VWSdaarop is aangepast, ontlenen portefeuillehouders bevoegdheden op grond van deze regeling vooruitlopend op de betreffende wijziging van het Organisatiebesluit VWS.
3. De functionaris die schriftelijk is aangewezen als kwartiermaker of als (beoogd) hoofd van dienst van een nieuw organisatie-onderdeel of een organisatie-onderdeel in oprichting, welke onderdelen nog niet zijn opgenomen in het Organisatiebesluit VWS, heeft bevoegdheden op grond van deze regeling vooruitlopend op de betreffende wijziging van het Organisatiebesluit VWS.
2. Bij wijzigingen van de portefeuilleverdeling zonder dat het Organisatiebesluit VWSdaarop is aangepast, ontlenen portefeuillehouders bevoegdheden op grond van deze regeling vooruitlopend op de betreffende wijziging van het Organisatiebesluit VWS.
3. De functionaris die schriftelijk is aangewezen als kwartiermaker of als (beoogd) hoofd van dienst van een nieuw organisatie-onderdeel of een organisatie-onderdeel in oprichting, welke onderdelen nog niet zijn opgenomen in het Organisatiebesluit VWS, heeft bevoegdheden op grond van deze regeling vooruitlopend op de betreffende wijziging van het Organisatiebesluit VWS.