BWBR0021101
Geldig vanaf 2007-02-02
Artikel 20
Subsidieregeling ondernemerschap en onderwijs 2007
1. De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 19afwijzend is beslist, het advies in van de Adviescommissie Onderwijs en Ondernemerschap.
2. De minister beslist binnen acht weken na de laatste dag van de bij of krachtens artikel 17, eerste lid, vastgestelde periode, daarbij geadviseerd door de commissie, afwijzend op een aanvraag indien hij van oordeel is dat:
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de structurele voortzetting van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt;
b. aannemelijk is dat de activiteiten geen verbetering, uitbreiding, wijziging of aanvulling inhouden van reeds bestaande activiteiten op het gebied van ondernemerschapsonderwijs;
c. aannemelijk is dat het CE-project geen bijdrage levert aan de samenwerking tussen studenten, docenten en onderzoekers van verschillende vakgebieden of opleidingen.
2. De minister beslist binnen acht weken na de laatste dag van de bij of krachtens artikel 17, eerste lid, vastgestelde periode, daarbij geadviseerd door de commissie, afwijzend op een aanvraag indien hij van oordeel is dat:
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de structurele voortzetting van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt;
b. aannemelijk is dat de activiteiten geen verbetering, uitbreiding, wijziging of aanvulling inhouden van reeds bestaande activiteiten op het gebied van ondernemerschapsonderwijs;
c. aannemelijk is dat het CE-project geen bijdrage levert aan de samenwerking tussen studenten, docenten en onderzoekers van verschillende vakgebieden of opleidingen.