BWBR0020800
Geldig vanaf 2012-12-14
Artikel 23
Regeling inrichting landelijk gebied
Bij landinrichtingsprojecten waarvoor een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, onderscheidenlijk een uitwerking van het reconstructieplan als bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebiedenis vastgesteld voor de inwerkingtreding van de weten die worden voltooid volgens de bepalingen van de wet:
a. wordt het landinrichtingsplan, bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17 van de wet;
b. wordt de uitwerking van het reconstructieplan voorzover hierbij sprake is van herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 6 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, gelijkgesteld aan het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17 van de wet;
c. wordt het plan van tijdelijk gebruik, bedoeld in artikel 189, eerste lid, van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan het besluit, bedoeld in artikel 45, eerste lid van de wet;
d. wordt het begrenzingenplan, bedoeld in artikel 131 van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan de onderdelen van het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdelen c en d, van de wet;
e. wordt het toewijzingsbesluit, bedoeld in artikel 133 van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan het onderdeel van het inrichtingsplan bedoeld in artikel 28 van de wet;
f. wordt een wijziging of uitwerking van het landinrichtingsplan als bedoeld in de artikelen 84 en 85 van de Landinrichtingswet gelijkgesteld aan de planwijziging, bedoeld in artikel 18 en 19 van de wet.
a. wordt het landinrichtingsplan, bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17 van de wet;
b. wordt de uitwerking van het reconstructieplan voorzover hierbij sprake is van herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 6 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, gelijkgesteld aan het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17 van de wet;
c. wordt het plan van tijdelijk gebruik, bedoeld in artikel 189, eerste lid, van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan het besluit, bedoeld in artikel 45, eerste lid van de wet;
d. wordt het begrenzingenplan, bedoeld in artikel 131 van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan de onderdelen van het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdelen c en d, van de wet;
e. wordt het toewijzingsbesluit, bedoeld in artikel 133 van de Landinrichtingswet, gelijkgesteld aan het onderdeel van het inrichtingsplan bedoeld in artikel 28 van de wet;
f. wordt een wijziging of uitwerking van het landinrichtingsplan als bedoeld in de artikelen 84 en 85 van de Landinrichtingswet gelijkgesteld aan de planwijziging, bedoeld in artikel 18 en 19 van de wet.